31-jarige veelpleger die man tegen hoofd schopte veroordeeld tot acht maanden cel

Een 31-jarige man is door de rechtbank veroordeeld tot acht maanden celstraf, omdat hij op 13 augustus 2024 in Zuid een man op straat tegen het hoofd en gezicht schopte. Volgens de rechtbank mag de man van geluk spreken dat het slachtoffer er geen zwaarder letsel aan overhield. Naast dit incident betaalde de verdachte op 5 oktober 2024 met een gestolen betaalpas. Eerder werd de man al veroordeeld voor vergelijkbare feiten. De verdachte schopte het slachtoffer viermaal tegen het hoofd, waarvan driemaal in het gezicht. De rechtbank benadrukt dat door dit geweld zwaar lichamelijk letsel had kunnen ontstaan in de vorm van hersenletsel, oogletsel of een gecompliceerde kaakbreuk. Volgens de rechtbank heeft 'verdachte opzet gehad op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel'. "Daarbij kan worden vastgesteld dat dit in ieder geval met enige kracht is gebeurd, omdat het slachtoffer bij de laatste trap met zijn hoofd neerviel op de grond en enige tijd (ogenschijnlijk) bewust bleef liggen", aldus de rechtbank. Door het handelen van de 31-jarige man is er 'ernstige inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van het slachtoffer'. "Daarnaast heeft het feit ongetwijfeld gevoelens van onveiligheid teweeggebracht bij omstanders die hiervan getuige zijn geweest." Eerdere veroordelingen Met een gestolen bankpas nam de verdachte een bedrag van 25 euro op in een avondwinkel. De verdachte heeft hiermee volgens de rechtbank laten zien dat hij geen respect heeft voor eigendommen van anderen 'en heeft gehandeld uit persoonlijk financieel gewin'. In het oordeel van de rechtbank wegen eerdere veroordelingen van vergelijkbare strafbare feiten mee. "Kennelijk hebben eerdere veroordelingen hem er niet van weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen." Het zogenaamde 'delictpatroon' van de verdachte gaat samen met agressie. "De financiën van verdachte, zijn sociaal netwerk, zijn psychosociaal functioneren, zijn houding en mogelijk middelengebruik zijn risicofactoren en lijken te hebben bijgedragen aan de totstandkoming van de bewezenverklaarde strafbare feiten", aldus de rechtbank.  De praktijk leert dat de man zich niet begeleidbaar opstelt en zich niet aan afspraken houdt. "De reclassering ziet dan ook geen mogelijkheden om met interventies of toezicht de risico's te beperken of het gedrag van verdachte te veranderen", stelt de rechtbank. "Alles overwegend acht de rechtbank een gevangenisstraf voor de duur van acht maanden passend en geboden."

Lees verder