Commissie-Asscher adviseert: Joodse roofkunst moet in handen van Joodse gemeenschap komen

Niet de staat, maar de Joodse gemeenschap moet zeggenschap krijgen over wat er met Joodse roofkunst moet gebeuren. Dat heeft een commissie die daar onderzoek naar deed aan het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) geadviseerd. De kunst zou naar een nog op te richten stichting moeten gaan. "We weten dat we voor een groot deel van deze kunstwerken zal je nooit meer een nabestaande vinden, dan is het belangrijk om er iets mee te doen en ze niet alleen achter slot en grendel in een depot te hebben." De kunstwerken kwamen tussen 1933 en 1945 in handen van de nazi's door roof, dwangverkoop of inbeslagname. De kunst uit deze collectie kon na de oorlog door de geallieerden in beslag worden genomen. Daarna werd het overhandigd aan de Nederlandse staat en die is nog steeds eigenaar van de roofkunst, die onder meer uit schilderijen, tapijten, meubels en keramiek bestaat. Veel eigenaren niet achterhaald Een deel van de door de geallieerden teruggebrachte roofkunst is inmiddels teruggegeven aan de rechtmatige eigenaren of hun erfgenamen. Nog altijd worden er erfgenamen gevonden, maar, zegt de commissie over verweesde Joodse roofkunst, voor veel objecten geldt dat dat waarschijnlijk niet het geval zal zijn. En dus is het de vraag wat er met de kunst moest gebeuren. Het ministerie van OCW riep daarom een commissie voor verweesde Joodse roofkunst in het leven. Voorzitter Lodewijk Asscher overhandigde vandaag het rapport en stond er met een dubbel gevoel. "Het gaat over zoveel spullen die van mensen waren zoals jij en ik", legt hij uit. "Die vermoord zijn, verdwenen zijn in de geschiedenis. En eigenlijk staan we hier een beetje ongemakkelijk met hun spullen. Het zijn er zoveel, dus het stemt heel erg tot nadenken en het stemt nederig. "Zo'n bestekje, daar zaten mensen mee te eten, zo'n schilderij hing boven de bank." Het raakt Asscher persoonlijk, wiens opa een concentratiekamp overleefde. Zijn vader zat als klein jongetje ondergedoken in Amsterdam. Het huis van zijn opa werd vlak na die deportatie door de Duitsers leeggehaald. Depot Amersfoort Een groot deel van die voorwerpen die door de Duitsers werden buitgemaakt, ligt nu dus nog opgeslagen in de NK-collectie van de staat in Amersfoort. Daarin zitten talloze schilderijen, tapijten, serviezen en meubels die tijdens het naziregime vanuit Nederland in Duitsland terecht zijn gekomen. Mathijs Smith doet onderzoek naar de herkomst van die stukken in dat depot. "Het zijn echt gebruiksvoorwerpen en heel persoonlijke objecten die bij bijzondere gelegenheden gebruikt werden of juist alledaags", beschrijft hij. "Het gaat dan ook echt om de emotionele waarde van die objecten. Dus het zijn echt getuigen van een leven dat niet meer is en van een familiegeschiedenis." Voor Asscher, die ook een bezoek bracht aan het depot in Amersfoort, was dat een gedenkwaardige middag. "Dan sta je toch opeens met een zilveren bestek waar mensen gezellig op vrijdagavond mee aan het eten waren, het leven aan het vieren waren. Dat greep mij ontzettend aan."  Een deel van de roofkunst is dus teruggevonden, "maar de precieze omvang is nooit bekend geworden en het is onmogelijk vast te stellen welk deel buiten beeld is gebleven." De adviescommissie oordeelt nu dus dat de roofkunst in ieder geval overgedragen moet worden aan een stichting die de collectie namens de Joodse gemeenschap kan beheren. Een ander advies is daarbij om de kunst te gebruiken voor educatiedoeleinden. Dus bijvoorbeeld voor tentoonstellingen, documentaires, podcasts of lespakketten.

Lees verder