De geschiedenis van 100 jaar Hema is door en door Amsterdams
De Hollandse Eenheidsprijzen Maatschappij Amsterdam, de HEMA, viert binnenkort een groot jubileum. De winkel die ooit begon op de Kalverstraat blaast op 4 november 100 kaarsjes uit. "Dat kunnen niet veel mensen of bedrijven zeggen." Het waren Leo Meyer en Arthur Isaac die begin twintigste eeuw op het idee kwamen om een warenhuis te openen voor de 'gewone' mensen. Op 4 november 1926 openden de heren de eerste winkel in de Kalverstraat. Voor huishoudelijke producten betaalden klanten 'eenheidsprijzen', artikelen kostten 10, 20 of 50 cent. Oudste vestiging van de stad Kort na de opening van het eerste filiaal kwam op de Oude Hoogstraat een tweede vestiging. Die groeide uiteindelijk uit zijn voegen, waarop in 1936 op de Nieuwendijk een nieuwe winkel kwam. De omzet van de keten, die in dat jaar 22 vestigingen had door het hele land, was zo'n 12 miljoen gulden. "Het was natuurlijk wel een kleiner assortiment dan dat we nu hebben", benadrukt woordvoerder Claudia Metz. "Toen hadden we bijvoorbeeld één pan, maar dat was dan ook meteen een hele goede pan." De eerste twee vestigingen bestaan tegenwoordig niet meer, de winkel op de Nieuwendijk is nog altijd in bedrijf. De zaak, die gevestigd is in het pand waar vroeger de Winkel van Sinkel en het Belgische warenhuis Grand Bazar de la Bourse zaten, is daarmee de oudste vestiging van de keten in de stad. "Bijna de hele geschiedenis van Hema dus", legt huidig teamleider Robin Vrijhoeven uit. Oorsprong van broodje rookworst De vestiging is bovendien de plek waar het eerste broodje rookworst over de toonbank ging. "Er was een restaurant in dit filiaal en daar kon je stamppot met worst eten", vertelt Vrijhoeven. "Alleen de filiaalmanager die er toen zat had iets te veel rookworsten ingekocht. Dus hij dacht wat nu als ik ze opwarm en ze ga verkopen aan de deur." Het idee bleek een succesformule, negentig jaar na dato gaat het broodje rookworst nog altijd over de toonbank bij de winkelketen. "Op een goede zaterdag worden hier zeker honderd tot honderdvijftig worsten verkocht", lacht Vrijhoeven. De teamleider van de vestiging op de Nieuwendijk is zelf overigens geen groot fan van het cultbroodje. Naar eigen zeggen valt het soms zwaar op de maag. Breder publiek trekken De winkel van de tompoezen en sokken is een eeuw later allang niet meer alleen de zaak voor de 'gewone man', legt woordvoerder Metz uit. "Iedereen is nu klant van ons." De laatste jaren richt de winkelketen zich bovendien meer op de internationale toerist in de vestiging aan de Nieuwendijk. "We hebben nu een grote afdeling voor alles omtrent Nijntje", vertelt teamleider Vrijhoeven. "Toeristen zijn er gek op, dus die zie je hier dan ook veel." Om ook de binnenlandse toerist de winkel in te lokken heeft de compleet vernieuwde vestiging sinds gisteren ook een eigen tompouce-lounge en een groot assortiment aan Takkie en Siepie producten. Of al die artikelen gaan helpen om de winkelketen die al vaker in zwaar weer zat de volgende eeuw door ge krijgen is de grote vraag. Het personeel heeft er in ieder geval vertrouwen. "Ik denk dat we over 100 jaar hier nog steeds zitten, ook op deze locatie", aldus Metz.
Lees verder