De verborgen koloniale geschiedenis van Amsterdam
Veel bekende en onbekende gebouwen in Amsterdam, waar menig Amsterdammer geregeld langskomt, zijn panden met een koloniaal verleden. Zo werd de bouw van het Paleis op de Dam voor een groot deel bekostigd met geld verkregen door overzeese handel, waarbij mensen het slachtoffer waren van uitbuiting en slavernij. In dit artikel zetten we enkele voorbeelden op een rij. Het Paleis op de Dam Het Paleis op de Dam werd gebouwd in 1648. Het moest toen de macht en rijkdom van Amsterdam uitstralen, maar werd deels bekostigd met de inkomsten uit overzeese handel, die gebruikmaakte van de overheersing, uitbuiting en slavernij van mensen. In het Paleis hield onder meer de Sociëteit van Suriname kantoor. Deze organisatie bestuurde destijds de kolonie Suriname en was dus verantwoordelijk voor de uitbuiting van tot slaaf gemaakten. Aan de achterkant van het paleis is bovenaan het timpaan te zien, met als middelpunt de Amsterdamse stedenmaagd. Ze krijgt goederen aangereikt vanuit de hele wereld en we zien Aziatische en Afrikaanse mensen die aan weerszijden van haar knielen. Het was de zetel van het stadsbestuur dat handel tijdens de zeventiende en achttiende eeuw mogelijk maakte en ervan profiteerde. De decoraties van het gebouw - de gevelversiering, de wereldkaarten in de vloer van de Burgerzaal, de schilderijen en het marmeren beeldhouwwerk - gelden nog steeds als bijzondere voorbeelden van wetenschappelijk en artistiek talent in de zeventiende eeuw. Maar ze weerspiegelen óók het onrecht dat Amsterdam de wereld in bracht. Burgemeesterswoning Het pand aan de Herengracht 502, dat tegenwoordig de ambtswoning van de burgemeester is, werd in de 17e eeuw gebouwd in opdracht van Paulus Godin. Hij was een rijke koopman, bestuurder van de West-Indische Compagnie en mede-oprichter van de Sociëteit van Suriname. Vanuit die functie was Godin verantwoordelijk voor de handel in tot slaaf gemaakten. Hij verkocht onder meer mensen als slaven aan plantage-eigenaren in Suriname en de Caribische eilanden, maar ook in toenmalig Nederlands-Indië. Voor de ambtswoning ligt een plaquette met informatie over de duistere geschiedenis. Oost-Indisch Huis Aan de Kloveniersburgwal 48 staat het Oost-Indisch Huis, ofwel het Bushuis. Tegenwoordig is het gebouw een locatie van de Universiteit van Amsterdam. In de 17e eeuw was het een hoofdkwartier van de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC), toen de machtigste handelsonderneming ter wereld. In het Oost-Indisch Huis bespraken VOC-bewindvoerders handelsstrategieën en reizen richting Azië. Het handelssysteem van de VOC was gebaseerd op geweld en onderdrukking. De bevolking van gebieden in bijvoorbeeld Indonesië werd tot slaaf gemaakt, om specerijen te verbouwen die bedoeld waren voor de Europese handel. Daarbij werd fors geweld gebruikt. In het Oost-Indisch Huis werd in de jaren negentig een historische reconstructie van de bestuurskamer van de VOC gemaakt. Die zaal heette tot 2024 ook de VOC-zaal. Na onvrede bij zowel medewerkers als studenten van de UvA over deze koloniale verwijzing, werd de zaal in 2024 omgedoopt tot Kartinizaal. Oude kerk In de Oude Kerk aan de Oudezijds Voorburgwal liggen naar schatting ruim 60.000 mensen begraven. Zowel burgemeesters, rijke handelaren, zeevaarders en kunstenaars hebben er hun laatste rustplaats gevonden. Eén van de graven in de kerk is van Jacob Matroos Beeldsnijder. Hij was de zoon van een ambtenaar in Suriname en een tot slaaf gemaakte vrouw. Jacob werd, net als zijn moeder, in 1781 vrijgekocht door zijn vader. Zover bekend is Jacob Matroos Beeldsnijder de enige zwarte persoon die in de kerk begraven ligt. Oudezijds Voorburgwal 136 Het pand aan de Oudezijds Voorburgwal 136 was eigendom van admiraal Cornelis Tromp. Hij was bevelhebber van de vloot van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. Op een van zijn reizen nam Tromp een jonge Afrikaanse jongen mee, die naast hem te zien is op de gevel van het pand. De jongen was een cadeau voor de vrouw van Tromp. In die jaren was het al niet meer legaal om in bezit te zijn van tot slaaf gemaakten, maar regelmatig werden Afrikanen toch in Amsterdam vastgehouden als zogenoemde 'bedienden'. In september 2025 hing kunstenaar Jerrold Saija een vervangend kunstwerk voor de gevel, genaamd 'blinde vlek'. Hiermee werd het deel waarop de Afrikaanse jongen te zien is bedekt, in de hoop dat voorbijgangers kritischer zouden gaan kijken naar de rol van de controversiële admiraal in de Nederlandse geschiedenis.
Lees verder