Een op de vijf Amsterdammers met kinderen heeft een problematische schuld

Begin 2025 telde Amsterdam 24.890 huishoudens met kinderen en geregistreerde problematische schulden; dat blijkt uit cijfers van Onderzoek & Statistiek (O&S). Dat is 21 procent van alle huishoudens in de stad met kinderen.  Elke twee jaar maakt O&S in opdracht van de gemeente de schuldenmonitor. Daarin wordt gekeken naar de schulden van Amsterdammers en hoe zij dat ervaren. Er wordt gesproken over een problematische schuld als iemand in een huishouden voldoet aan ten minste één criterium van de eisenlijst. Die eisen zijn onder andere als iemand een schuldsaneringstraject volgt, een betalingsachterstand van minimaal drie maanden heeft bij DUO, als zes maanden de zorgpremie niet heeft betaald of een betalingsachterstand heeft bij het Centraal Justitieel Incassobureau.  Verschil in aantal kinderen Het aantal kinderen dat een gezin heeft, zorgt voor een groot verschil in het percentage met problematische schulden. Zo gaat het om 29 procent van het aantal huishoudens met drie of meer kinderen, 20 procent voor huishoudens met twee kinderen en 19 procent voor huishoudens met één kind. Het gemiddelde komt daardoor uit op 21 procent.  Wat opvalt, is dat bij huishoudens zonder kinderen het percentage twee keer zo laag ligt. Daar gaat het om 'maar' 9 procent van de huishoudens. Ook landelijk hebben huishoudens met kinderen vakerschulden, maar in Amsterdam is het verschil met huishoudens zonder kinderen groter. De leeftijd van de inwonende kinderen kan O&S niet met zekerheid zeggen, maar op basis van andere gegevens concludeert het onderzoeksbureau voorzichtig dat vooral kinderen van twaalf jaar en ouder gepaard gaan met een grotere kans op problematische schulden. "Dit hangt mogelijk samen met het kindertal in het huishouden en/of de kosten die oudere kinderen met zich meebrengen." Is er sprake van een toename? Of er sprake is van een toename, is volgens O&S moeilijk te zeggen. Tussen 2024 en 2025 nam het percentage licht toe, maar de jaren daarvoor bleef dat percentage redelijk stabiel. "Op basisvan deze ontwikkeling in één jaar kunnen we echter niet zeggen of dit betekent dat het aandeelhuishoudens met kinderen en problematische schulden daadwerkelijk toeneemt, of dat het gaatom een 'gewone' schommeling binnen een verder stabiele lijn."

Lees verder