Geen aansluitstop zoals in Utrecht maar ook hier wachtlijst voor zwaardere stroomaansluiting

Dat er problemen zijn op het stroomnet is ondertussen bekend, maar afgelopen maand werd duidelijk dat er in Utrecht geen enkele aansluiting of verzwaring meer mogelijk is. Hoe zit dat met het krappe Amsterdamse net? Aansluitingen zijn hier nog mogelijk, maar ook hier loopt Liander tegen grenzen aan. Daarom gaat er wel heel wat veranderen vanaf 1 juli, en dat is geen goed nieuws voor wie een zwaardere aansluiting voor bijvoorbeeld een warmtepomp nodig heeft. Door de 'pauzeknop' die is ingedrukt in Utrecht voor nieuwe aansluitingen, kwam de krapte op het stroomnet weer serieus in beeld. Het hing al jaren als het zwaard van Damocles boven ons hoofd, maar het is nu voor het eerst dat het ergens in Nederland niet meer mogelijk is om aansluitingen - hoe groot of klein ze ook zijn - voor elkaar te krijgen.  Of Amsterdam dat ook staat te wachten, zocht AT5 na meerdere vragen van kijkers uit. Om te beginnen is de situatie in Amsterdam anders dan die rond Utrecht. Zo maakt de stad gebruik van meerdere hoogspanningsstations die gedeeltelijk voor Amsterdam zijn en gedeeltelijk voor kleinere plaatsen om de stad heen.  Ook heeft Liander, de netbeheerder, goed zicht op de stroomvraag in Amsterdam. Dat komt doordat de gemeente samen met Liander elke twee jaar een studie doet naar de stroomverwachting. Dat is uniek, maar ook handig. De netbeheerder heeft daardoor een beter zicht op de regio rond Amsterdam dan in andere delen van het land waar zij het net beheren. Daardoor knelt het stroomnet in de stad niet zoals op andere plekken in het land. Volgens Liander is van het afkondigen van een aansluitingsstop hier dan ook nog geen sprake. Gevolgen ontwikkeling stad Toch is zo'n stop als in Utrecht ook een reële mogelijkheid in de toekomst in Amsterdam. Afgelopen december waarschuwde de gemeente dat het Amsterdamse stroomnet zo vol zit dat het de komende jaren grote gevolgen gaat hebben voor de ontwikkeling van de stad. Uit onderzoek van de gemeente bleek dat het knellende stroomnet een risico vormt voor zo'n 1600 projecten. Voor tweehonderd projecten is de situatie zelfs kritiek. Dat gaat over opvanglocaties voor vluchtelingen, vijftig scholen, sportlocaties en de nieuwe OBA Next in Zuidoost. Sommige projecten kunnen bij oplevering mogelijk niet eens open, omdat er geen stroom beschikbaar is. Ook is er volgens de gemeente een grote kans dat de bouw van ongeveer 30.000 woningen vertraging gaat oplopen.  Om aan de stroomvraag te voldoen, is de grootste verbouwing van de stad in 200 jaar nodig en dat is een gigantische klus. Zo moeten er twintig nieuwe elektriciteitsstations in en rond de stad worden gebouwd, moeten negentien bestaande stations nog worden vernieuwd of uitgebreid, komen er nog 2600 elektriciteitshuisjes bij in de stad en moet er 1600 kilometer aan nieuwe kabels worden getrokken.  Wachtlijst voor iedereen Tot nu toe kregen mensen met een kleinverbruiksaansluiting (tot en met een 3-fasenaansluiting) automatisch voorrang op het stroomnet. Liander hield ruimte vrij voor dit soort kleinverbruikers, maar dat gaat vanaf 1 juli veranderen. En ook al is er dan nog geen sprake van een aansluitingsstop, een wachtlijst voor iedereen is er dan wel. Net zoals bedrijven al sinds 2023 moeten wachten tot er stroom vrijkomt, moeten kleinverbruikers dat ook. Alles komt op één hoop terecht.  Vanaf dan telt namelijk niet meer de grootte van de aansluiting, maar het doel van een project. Dat komt doordat een groot aantal bedrijven massaal naar de rechter stapte om voorrang te krijgen op het overvolle stroomnet. Ov-bedrijven, telecomproviders, datacenters en afvalverwerkers vonden het niet eerlijk hoe de huidige situatie, waarin woningen en hulpdiensten voorrang kregen, niet eerlijk. De rechter concludeerde dat Energietoezichthouder Autoriteit Consument & Markt (ACM) terug naar de tekentafel moest en dat eerlijker moest verdelen. De ACM kwam daarna met een nieuw 'prioriteringskader', een soort van voorrangsregels voor elektriciteit. Vier categorieën bepalen wie als eerste nieuwe beschikbare stroom krijgt. Op de derde plaats Categorie één gaat over zogenoemde 'congestieverzachters'. Dat zijn projecten die stroom nodig hebben, maar daardoor wel meer ruimte op het stroomnet kunnen vrijmaken. Categorie twee is voor partijen die zich focussen op de nationale veiligheid. Denk aan infrastructuur, de gezondheidszorg, drinkwatervoorzieningen, telecommunicatie en de hulpdiensten. Op plek drie komen de basisbehoeften. Het verwerken van afval, scholen, het ov en woningen. Met de uitzondering dat gemeentes voor woningbouwprojecten tot 10  jaar vooruit een aansluiting kunnen aanvragen. Daarna komen overige aanvragen zonder prioriteit van bijvoorbeeld bedrijven en publieke laadpalen.  Wie dus thuis een verzwaring nodig heeft, komt vanaf 1 juli op de derde plek terecht. Hoelang je dan moet wachten voordat jij aan de beurt bent, is nog moeilijk te zeggen. Maar volgens Liander kan het gaan om een wachttijd van één tot drie jaar. De beschikbare ruimte op het stroomnet verschilt daarnaast ook per regio.  Zodra er namelijk ruimte is op het stroomnet, wordt dit verdeeld onder de aanvragen die bovenaan op de wachtlijst staan. Maar sta jij op een gegeven moment bovenaan de lijst, maar er komt een aanvraag uit categorie één of twee, dan gaat die voor.  Aanvragen nu het nog kan De gemeente adviseert daarom Amsterdammers die een zwaardere aansluiting nodig hebben om de aanvraag nog te doen voor 1 juli. Wanneer je dat nog op tijd aanvraagt, verklein je de kans op een lange wachttijd. Wel waarschuwt Liander dat een aanvraag indienen niet altijd garantie geeft voor directe uitvoering. Soms is er in een wijk namelijk een nieuw elektriciteitshuisje nodig of nieuwe bekabeling om de verzwaring voor elkaar te krijgen.  Liander zegt daarnaast dat mensen goed moeten kijken of ze überhaupt wel een zwaardere aansluiting nodig hebben. Een hybride warmtepomp, laadpaal of inductiekookplaat werkt vaak prima op een lichtere aansluiting. Bij twijfel kan je altijd overleggen met een installateur. De gemeente voegt daaraan toe dat woningen die worden aangesloten op het warmtenet hun aansluiting ook niet hoeven te verzwaren.  Publiek warmtebedrijf van groot belang Dat legt wel meteen een probleem bloot: de nood voor het publieke warmtebedrijf. Doordat Vattenfall vanwege 'verslechterende marktomstandigheden' besloot om te stoppen met het aanleggen van warmtenetten in wijken die al bestaan, liggen dit soort warmtenetten nu zo goed als volledig stil.  En dat terwijl het aanleggen van warmtenetten in bestaande woonwijken van groot belang om Amsterdam van het gas af te krijgen. Als warmtenetten niet zouden kunnen worden aangelegd, dan zouden er meer warmtepompen moeten komen. Alleen verbruiken die veel stroom en is die ruimte er niet op het elektriciteitsnet.  Maar vorige maand werd duidelijk dat de komst van een eigen warmtebedrijf weer een stapje dichterbij is gekomen. Amsterdam, Alliander en EBN hebben nieuwe afspraken gemaakt én ook de gemeente Diemen wil zich aansluiten bij het plan, wat het miljardenproject betaalbaarder moet maken. Wethouder Zita Pels blikt zelfs al vooruit op een mogelijk oprichtingsbesluit aan het einde van dit jaar, maar de financiële uitdaging blijft groot en de steun van het Rijk is hard nodig. 

Lees verder