Gemeente Amsterdam blundert met parkeerinkomsten: geoormerkt geld mogelijk verkeerd besteed

Heeft de gemeente Amsterdam vele honderden miljoenen euro's aan parkeerinkomsten onterecht besteed aan andere zaken dan waarvoor het geld eigenlijk bedoeld was? Dat zit namelijk zo: er is geblunderd met het intrekken van een verordening die de inkomsten uit parkeren koppelt aan verplichte uitgaven in de stad aan verkeers- en vervoerssystemen en de openbare ruimte. Politiek gezien was de wens er wel om die verordening in te trekken, maar dat is nooit gebeurd.  Allereerst maar even de techniek achter de regels. De politiek besluit regelmatig om inkomsten binnen bepaalde dossiers te koppelen aan verplichte uitgaven. Dat zou bijvoorbeeld kunnen met de opbrengsten van de afvalstoffenheffing: dat geld kan de politiek oormerken en zo uitsluitend besteden aan bijvoorbeeld het schoonmaken van de stad en het ophalen van afval. Zo'n oormerking kan ook met parkeergeld. De inkomsten uit parkeren kun je middels een verordening in een potje stoppen en het college politiek verplichten dit alleen aan vooraf vastgestelde dossiers uit te geven. En het opvallende is: dat kán niet alleen, het gebeurt ook nog eens. Want in Amsterdam geldt nog steeds een officiële verordening uit 2020 waarin staat dat parkeerinkomsten bedoeld zijn voor uitgaven aan verkeers- en vervoerssystemen en de openbare ruimte in de stad. Alleen: een meerderheid van de raad had deze verordening al willen intrekken, maar dat is nooit gebeurd. En tot vandaag was niemand op de hoogte van deze fout. Verordening zou worden ingetrokken In 2022 presenteerde de coalitie van PvdA, GroenLinks en D66 hun akkoord. Daarin werd opgenomen dat deze verordening op het stedelijk mobiliteitsfonds zou worden ingetrokken en dat de parkeergelden naar de algemene middelen zouden gaan. Oftewel: het geld wordt op de grote hoop gegooid en kan aan alles worden uitgegeven — zolang er maar een politieke meerderheid voor is. Alleen is er dus nooit in de raad gestemd over het intrekken van de verordening, waardoor die oormerking officieel nog steeds geldt. Of zoals Sytze Rijpkema van Ja21 vandaag in het debat over de begroting zei: "Er is daarmee eigenlijk geheel onrechtmatig een heleboel geld uitgegeven aan leuke dingen voor linkse mensen dat daar helemaal niet voor bestemd is." De vraag is nu: is de politieke wens om een verordening in te trekken voldoende, heeft het college een probleem nu de verordening juridisch nog bindend was, of kan de raad met terugwerkende kracht alsnog de verordening intrekken? Opheldering Vanmorgen vroeg Rijpkema al opheldering aan wethouder van Financiën Hendrik Jan Biemond, maar die werd zichtbaar overvallen door wat de Ja21'er boven water had gekregen. Biemond probeerde de angel er voor het ochtenddeel uit te halen en verwees naar vakwethouder Elise Moeskops van Verkeer en Vervoer, die in de middag de raad te woord zou staan. "Als de wethouder het nu niet weet, kunnen we schorsen", zei Rijpkema nog richting Biemond. Hij kreeg bijval van Denk en het CDA, maar haalde bakzeil: het debat ging door met de toezegging dat er in de middag antwoorden zouden komen. Die middag begon wethouder Moeskops met een 'groot compliment' richting Rijpkema. Ze erkende de fout. "Het is slordig dat dit niet is gebeurd", zei Moeskops, die het wilde afdoen als een administratieve omissie. Daar ging Rijpkema niet in mee: "De rechtsstaat geldt niet alleen op het moment dat het je uitkomt." Elisabeth IJmker (PRO) verweet Rijpkema op haar beurt dat hij door zijn betoog zou suggereren dat al het geld verkeerd is besteed: "Dit is zonde van onze tijd, dat moet u niet doen. We hadden gewoon in het coalitieakkoord de afspraak opgenomen." De vraag is of met de beantwoording van de wethouder de kous af is, want Ja21 wil meer informatie over de geldstromen van de afgelopen jaren rondom de parkeerinkomsten. "Volledige openheid" Na het debat zei Rijpkema: "Van het college verwacht ik nu maar één ding: volledige openheid. Het college moet concreet en met de wet in de hand aantonen hoe de raad deze regels rechtsgeldig buiten werking zou hebben gesteld. Als dat niet kan, wil ik voor ieder jaar exact weten hoeveel geld volgens de verordening in het mobiliteitsfonds had moeten zitten, waar dat geld daadwerkelijk naartoe is gegaan en hoe het college dat gaat herstellen." De wethouder beloofde de raad hierover een brief te sturen, wordt dus vervolgd. 

Lees verder