Gemeente grijpt minder snel in bij tenten van daklozen
Ergens langs de weg een (geïmproviseerde) tent opzetten, het mag officieel niet, maar we zien ze steeds vaker in de stad. In sommige gevallen blijven ze weken of zelfs maanden staan. Volgens de gemeente komt dat niet omdat de tenten gedoogd worden, maar omdat het vanwege de regels niet eenvoudig is om ze te ontruimen. Nu dakloosheid in de stad toeneemt en de opvangplekken maximaal bezet zijn, lijken ook de zelfgemaakte tenten vaker voor te komen in de stad. Ze staan onder bruggen, in bermen en bosjes en soms ook in het centrum. De meeste tenten worden bewoond door mensen uit EU-landen in Oost-Europa. Veelal zijn dat arbeidsmigranten die hun baan hier inmiddels kwijt zijn geraakt. In 2025 hadden Amsterdamse hulporganisaties contact met zo'n 3000 daklozen uit Oost-Europa. De tenten die ze opzetten, staan op verschillende plekken verspreid over de stad. Tot en met vorige week dinsdag stond er nog een tent op de Kloveniersburgwal, waar een dakloos stel maandenlang in woonde. De gemeente had contact met ze, maar het stel besloot uiteindelijk zelf te vertrekken. Afvalophalers hebben de tent vervolgens weggehaald. In West, rond voetbalclub SDZ, worden vaak tenten opgezet. Volgens de club, die in de buurt van een opvanglocatie zit, zorgt dat al jarenlang voor overlast. Afgelopen week werd op die plek een tentenkamp ontruimd door de handhavers van de gemeente. Dat gebeurt niet meer van de ene op andere dag. Vaak gaan er drie tot vier weken overheen voordat de gemeente overgaat tot ingrijpen. Zorgtraject Dat komt doordat er binnen de driehoek (burgemeester, politie en het Openbaar Ministerie) sinds kort nieuwe afspraken zijn gemaakt over de handelwijze bij het ontruimen van tenten. De gemeente kijkt daarbij eerst of degene die in de tent woont zorg nodig heeft. In een aantal gevallen komen daklozen dus eerst in een zorgtraject voordat hun tent wordt ontruimd. Er zijn meerdere zorgtrajecten waar daklozen geplaatst kunnen worden. Naast de reguliere daklozenopvang gaat het dan bijvoorbeeld om verslavings-, ggz- of huisartsenzorg. Maar er zijn ook speciale opvangtrajecten voor EU-burgers die geen recht hebben op de reguliere daklozenopvang, maar te kwetsbaar zijn om op straat te leven. Het aantal daklozen dat uiteindelijk in zo'n zorgtraject terechtkomt, is overigens klein: van de grootste groep – dakloze EU-burgers uit Oost-Europa – gaat het om zo'n 10 procent. De rest wordt dus niet opgevangen. Volgens de gemeente hebben ze niet genoeg rechten opgebouwd om aanspraak te maken, bijvoorbeeld omdat ze nog niet lang genoeg in Nederland verblijven of hier niet lang genoeg hebben gewerkt. Gemeenten moeten via deze checklist uitzoeken of iemand aan de eisen voldoet. Zorgmijders Ook de tenten van mensen die niet in een opvang of zorgtraject belanden, worden uiteindelijk ontruimd, zegt een gemeentewoordvoerder. "De mensen die de tenten bewonen worden hierover geïnformeerd en hebben de tijd om te anticiperen. Veelal zoeken de bewoners dan een andere plek op." Mensen die op straat achterblijven, kunnen wel ondersteuning krijgen van hulpverleners. "Outreachende teams hebben contact met deze mensen, bieden hen informatie en verwijzen hen door naar instanties zoals de inloophuizen van AMOC", aldus de woordvoerder. "Daar kunnen maatschappelijk werkers hen ondersteunen naar werk (hoewel het vinden van een woning hierbij lastig is) en/of naar het land van herkomst." Dat laatste gebeurde bij 530 van de eerdergenoemde 3000 dakloze EU-burgers. Een deel van de groep daklozen wil geen aanspraak maken op zorg of opvang. Deze groep mensen wordt ook wel omschreven als zogenoemde zorgmijders. "De kans om af te glijden en bijvoorbeeld overlastgevend te worden is voor zorgmijders extra groot", zegt een woordvoerder van de gemeente, die eraan toevoegt dat daklozen aangeboden hulp mogen weigeren. 92 miljoen Door het stijgende aantal daklozen zijn er op dit moment niet genoeg opvangplekken om iedereen op te vangen. En dat terwijl er de afgelopen jaren fors is geïnvesteerd in de aanpak van dak- en thuisloosheid. In totaal ging er 62 miljoen euro naar opvang, hulp en preventie, waarvan 9,5 miljoen van het Rijk komt. Daar kwam de afgelopen twee jaar nog eens 30 miljoen euro bovenop. Geld dat bedoeld is voor preventie en het creëren van extra opvangplekken. Ook met de 30 miljoen euro die de gemeente ervoor heeft vrijgemaakt, kan dat probleem niet opgelost worden. Wel wordt er met dat geld bijvoorbeeld hotelopvang voor gezinnen geregeld en is er ondersteuning voor daklozen die op straat leven. Voor alle daklozen geldt bijvoorbeeld dat ze overdag toegang hebben tot basisbehoeften bij de inloophuizen. Denk aan schone kleding, een douche, internet en maaltijden. Daarnaast kunnen ze meedoen met maatschappelijk werk. De gemeente vindt overigens dat er vanuit de landelijke politiek meer geïnvesteerd moet worden om dakloosheid aan te pakken. Volgens Amsterdam kan dat vooral door 'meer betaalbare woningen, betere preventie en financiële bestaanszekerheid' te realiseren. "Die zijn essentieel om dakloosheid duurzaam aan te pakken."
Lees verder