Gemeente zette vol in op deelvervoerhubs, maar er zijn er minder dan beloofd en ze staan vooral leeg

Een stukje op de stoep dat is gereserveerd voor deelfietsen en deelscooters, waar iedere Amsterdammer makkelijk een voertuig kan pakken en de auto daarom laat staan. Dat was het grote idee van de gemeente voor deelvervoer. Maar jaren nadat de proef geslaagd was, is het beloofde aantal hubs nog altijd niet gehaald en staan ze vooral leeg. De gemeente moet een keuze gaan maken over deelvervoer, zo concludeert de Amsterdamse Rekenkamer in een onderzoek.  Vanaf 2018 komt deelvervoer steeds meer voor in de stad. Op veel plekken waren er al deelauto's en het werd ook tijd voor (meer) deelscooters, deelbakfietsen en deelfietsen. Het idee is heel simpel. Je pakt ergens een voertuig en rijdt ermee naar de plek van je bestemming en zet het daar in de buurt weer neer. De bedoeling ervan is dat Amsterdammers de auto laten staan en gebruikmaken van bijvoorbeeld een deelbakfiets. Geslaagde proef Het aantal deelvoertuigen is de laatste jaren toegenomen in de stad, omdat het stadsbestuur - ondanks kritiek - er echt heil in ziet als oplossing om minder auto's door de stad te laten rijden. Er ontstond alleen een probleem. De fietsen en scooters werden overal maar neergezet. Op sociale media deelden Amsterdammers massaal foto's van stom geparkeerde scooters onder de hashtag #felyxchallenge. Dat probleem was ook bekend bij de gemeente, die op zoek ging naar een oplossing. In 2020 besloot het stadsbestuur daarom om een proef te starten met deelvervoerhubs, een soort stalling voor deelvervoer. Drie jaar lang werden er zeventien hubs gemonitord en volgens de gemeente was de proef geslaagd. Daarom zouden er nog meer hubs komen in de stad. In totaal moesten er 35 verspreid over de stad te vinden zijn in twee jaar.  Vooral leeg Maar dat aantal is nog altijd niet gehaald, zo concludeert de Rekenkamer. Vorig jaar telden onderzoekers het aantal hubs in de stad en bleven steken op 23, met daarin plek voor in totaal ongeveer driehonderd deelvoertuigen. Dat aantal voertuigen werd echter bij lange na niet gehaald. In een groot deel van de hubs stonden maar weinig deelvoertuigen. Er stonden zelfs benzinescooters en fietsen van Amsterdammers in geparkeerd. De Rekenkamer snapt het idee van de hubs en noemt het aannemelijk dat ze kunnen zorgen voor minder foutgeparkeerde deelscooters en minder autoritten. Alleen doordat er zo weinig buurthubs zijn, met daarin een klein aanbod van deelvoertuigen, verwacht de Rekenkamer dat het effect op het aantal autoritten in de stad te verwaarlozen is. Onzekerheid als reden De Rekenkamer concludeert in het onderzoek dat de hoeveelheid hubs en het aantal voertuigen daarin te maken heeft met onzekerheid over deelvervoer. Zo is er onzekerheid vanuit de markt, omdat de exploitatievergunning voor de bedrijven maar voor twee jaar geldt, waardoor investeren gevaarlijk is, en stoppen aanbieders gedeeltelijk, omdat het voor hen niet haalbaar is. Dat overkwam deelscooteraanbieder Go Sharing en deelbakfietsaanbieder BaqMe.  Daarnaast is er ook politiek-bestuurlijke onzekerheid over wat het deelvervoer de stad kan brengen en welke problemen erdoor kunnen ontstaan. Het gebruik van deelvervoer is namelijk nog altijd een proef. Deze proef is weliswaar verlengd en uitgebreid, maar een definitieve zekerheid over het blijven ervan is er niet.  De Rekenkamer heeft dan ook de indruk dat het stadsbestuur worstelt met de vraag of er in de uitvoering voldoende grip is op het deelvervoer. "De worsteling met onzekerheden over deelscooters en deel(bak)fietsen is begrijpelijk, maar leidt tot een weifelende aanpak voor deelvervoerhubs", aldus Rekenkamerdirecteur Annelies Daalder.  'Langjarige keuzes nodig' De aanbevelingen van de rekenkamer zijn gericht op het doorbreken van de weifelende aanpak. "Er zijn duidelijke en langjarige keuzes nodig over de vormen van deelmobiliteit en de parkeervoorzieningen, zoals de hubs", zo zegt Daalder. "Pas dan ontstaat ruimte voor een daadkrachtige uitvoering." Volgens de Rekenkamer moet de gemeente een duidelijke keuze maken over de toekomst van deelvervoer. Daarbij kan het ook een keuze zijn om met bepaalde zaken helemaal te stoppen. Het stadsbestuur heeft aan de Rekenkamer laten weten de conclusies van het onderzoek te delen en de aanbevelingen over te nemen. De uitkomsten van het onderzoek worden na de zomer besproken in de gemeenteraad. 

Lees verder