Het Panoramagebouw was een pionier die niet bij de tijd bleef

In het programma De Verdwenen Stad gaan we iedere keer naar een andere plek in Amsterdam om te kijken hoe die in de loop van de tijd is veranderd. Deze keer zijn we aan de Plantage Middenlaan. Hier stond ooit een indrukwekkend Panoramagebouw. Ter hoogte van de flamingo's van Artis, aan de andere kant van de Plantage Middenlaan, bevindt zich een parkje. Hier werd in de tweede helft van de negentiende eeuw een Panoramagebouw neergezet. Dit deel van de stad was toen nog onontgonnen en drassig. Artis was er al wel, maar verder viel er nog weinig te beleven.  Een aantal zakenmensen, onder wie Artis-directeur Westermann, exploiteerde paardentrams en mocht nu van de gemeente de tramlijn naar oost uitrollen. Toen moesten mensen ook een reden hebben om naar de Plantagebuurt te komen. Een Panoramagebouw zou daarbij helpen, was het idee. In 1880 werd het gebouw gerealiseerd. Fraai gebouw in geel en rood Alleen de ronde contouren van het pad dat naar het gebouw leidde, zijn nog te zien. Van het gebouw geen spoor. Dat is jammer, want het was volgens Sylvia Alting van Geusa een prachtig gebouw. Zij schreef er een boek over. "Het was geel met rode baksteen, het zag er heel fraai uit. Met ornamenten van eikenblad en wingerd." Architect Isaac Gosschalk tekende voor het ontwerp. Hij had zich laten inspireren door het Panoramagebouw dat in 1860 in Parijs was neergezet. Er was een kunstzaal, waar tentoonstellingen werden gehouden. Daarna kon je naar een diorama. Dat was een groot schilderij waar driedimensionale voorwerpen voor stonden. Via een donkere gang en een wenteltrap ging je daarna omhoog.  Sylvia Alting van Geusa: "Daar kwam je op een platform en werd je omringd door een schilderij waarvan je dacht: dit is de werkelijkheid. In dit gebouw zijn zes van die panorama's getoond, waaronder Panorama Mesdag, die we gelukkig allemaal nog kunnen zien. Het enige negentiende-eeuwse panorama dat er nog is in Nederland. Dat was hier twee jaar lang te zien." Tekst gaat verder onder de foto Commercieel Voor de panoramadoeken werd gekeken naar historische gebeurtenissen. De eerste panorama ging over het Beleg van Haarlem. Maar ook de overwintering op Nova Zembla was een succes. "Nova Zembla was een echt winterpanorama", zegt Sylvia. "Met ijsschotsen op een driedimensioneel vlak tussen de bezoekers en het panorama, dat was nieuw." Een opgezette ijsbeer van Artis zorgde voor een extra effect, om het nog echter te laten lijken. Panorama's werden op den duur steeds commerciëler. Je moest ook flink investeren in zo'n doek, dus het moest zich uitbetalen. De doeken bleven daarom niet op één plek, maar reisden rond tussen de verschillende Europese steden. Meer vermaak Hoewel het in eerste instantie een groot succes was, was het Panoramagebouw geen lang leven beschoren. De belangstelling voor de panorama's nam langzaam af. Er kwam ook meer aanbod van amusement en vermaak.  Sylvia Alting van Geusa: "Het panorama bleef relatief lang hetzelfde. Je kon het ook niet iedere maand wisselen." Ook de tentoonstellingsruimte, die eerst nieuw was, kreeg concurrentie van andere instituten als het Stedelijk Museum en het Rijksmuseum.  Het was een pionier, maar is niet bij de tijd gebleven. Ook de opkomst van de film speelde een belangrijke rol. Het doek voor het Panoramagebouw viel in 1935. Er waren toen al enige tijd geen panorama's meer getoond en het gebouw raakte in verval. Er is nog wel geprobeerd een andere bestemming te vinden, maar dat lukte steeds niet. Daarom werd besloten het gebouw te slopen.  Kijk hier voor meer afleveringen van De Verdwenen Stad Amsterdam

Lees verder