Komt er een referendum over een Amsterdamse boycot van Israël?
Komt er een referendum over het invoeren van een Amsterdamse boycot van Israël? Die vraag hangt boven de markt, nu een inleidend verzoek van het Amsterdam Palestina Referendum ter beoordeling bij de referendumcommissie van de gemeente ligt. De kans op dit tweede stadsbrede referendum in Amsterdam in 24 jaar tijd lijkt groot. Maar eigenlijk is deze casus te complex voor zo'n kort antwoord. Reden voor een diepere duik in de vorm van het voorstel en de Amsterdamse referendumregels. Tien maatregelen die moeten gaan zorgen voor een Amsterdamse boycot van Israël. Dat is de inzet van de initiatiefnemers van het Amsterdam Palestina Referendum (APR), een burgercollectief. "We reageren daarmee op een roep vanuit de Amsterdamse samenleving", zegt Juliana, een van de indieners. "Uit peilingen blijkt dat de achterban van de zittende partijen in Amsterdam wil dat er veel strenger wordt opgetreden tegen Israël. Dan spreken we echt over 95 procent van die achterban", waarbij ze refereert aan een onderzoek van EenVandaag. De indieners stelden een inleidend verzoek voor een referendum op. Dat deden ze met een aantal 'bondgenoten', te weten de Amsterdam Palestina Coalitie (APC), de Palestijnse Gemeenschap in Nederland (PGNL), het antizionistische Joodse collectief Erev Rav en de politieke partij De Vonk. Begin deze maand verzamelden ze de benodigde duizend handtekeningen binnen 48 uur. Het voorstel ligt daarom nu ter beoordeling bij de referendumcommissie. Tot nu toe te volgen, maar vanaf hier wordt het ingewikkelder. En daarvoor gaan we eerst naar de huidige Amsterdamse referendumverordening. Sinds 2022 zijn er namelijk drie manieren om een referendum aan te vragen. In 2025 werd deze verordening nog wat verder aangescherpt. De indieners van het APR kozen voor de derde vorm, het alternatieve burgervoorstel. Dit deden ze niet omdat ze het niet eens waren met het plan dat er al was. "We hebben voor het alternatieve burgervoorstel gekozen, omdat er al een initiatiefvoorstel vanuit De Vonk en Denk klaarlag", zegt Anne, ook van het APR. "Dat voorstel vonden we supergoed, maar we vonden eigenlijk dat onze eisen, die zijn samengesteld met de Palestijnse Gemeenschap in Nederland, wat concreter waren en wat dieper gingen." Het voorstel van het APR bouwt dus voort op het plan van De Vonk en Denk. De Vonk hielp zelfs mee bij het opstellen van het inleidend verzoek. "De vraag is of dat wel de bedoeling was van de verordening", zegt UvA-docent staatsrecht Ursus Eijkelenberg over het APR-voorstel. "Het moet gaan om een alternatief. Is hier sprake van een alternatief? Dat kun je je afvragen." Als het referendum er komt, kun je namelijk kiezen tussen twee varianten van een Israël-boycot. Met wel een 'geen van beide' als derde optie. Toch lijkt het voorstel op basis van die verordening op een correcte manier te zijn opgesteld en ingediend. "We moeten ook wel eerlijk toegeven dat het best een lastig proces is om dit uit te vogelen", zegt Anne. "De griffie heeft in ieder geval tegen ons verteld dat er geen groot verschil is tussen een burgerinitiatief, wat wij nu dus doen, en een referendum-initiatief." De volgende stap op weg naar het referendum is dat het inleidende verzoek moet worden ingewilligd door de gemeenteraad. Dit gebeurt na advies van de referendumcommissie. Dit gaat er vooral over of het verzoek in vorm voldoet aan de vereisten uit de verordening. Deze vorm referendum niet eerder ingezet Hier zijn nog wel wat mogelijke kinken in de kabel, zegt Eijkelenberg. "In artikel 2 staat dat referenda alleen kunnen gaan over zaken die onder de bevoegdheid van de raad vallen. Deze afweging is wel interessant bij het huidige referendum, aangezien sommige delen van het voorstel ook aan rijksbevoegdheden lijken te raken." Maar net als bij de andere mogelijke gronden op basis waarvan de raad het voorstel kan afwijzen, is niet duidelijk hoe zwaar ze meewegen. Dat komt ook doordat deze vorm van het referendum sinds de nieuwe verordening nog niet is voorgekomen. Het referendum over de groenplannen van de gemeente in 2024, het eerste stadsbrede Amsterdamse referendum sinds 2002, had namelijk de vorm van het klassieke referendum. Je kon toen dus 'voor' of 'tegen' stemmen. Mocht de raad het verzoek inwilligen, dan lijkt de kans groot dat het referendum er gaat komen. Het lijkt het meest waarschijnlijk dat er dan nog tienduizend handtekeningen nodig zijn. De indieners hebben dan tien weken om die te verzamelen. "Die duizend handtekeningen gingen al supersnel. Daarvoor hebben we niet eens op straat hoeven te staan", zegt Anne. "Dit ging allemaal via Instagram. Als dat inactief al zo makkelijk lukt, dan moeten die tienduizend handtekeningen al helemaal lukken." Meer duidelijkheid in mei Als het referendum er komt, heeft dit een raadgevend karakter. "Dat maakt het niet minder belangrijk, maar het betekent wel dat de gemeenteraad niet gebonden is aan de uitkomst van het referendum", zegt Eijkelenberg. "Het is wel zo dat het heel moeilijk is voor een gemeenteraad om de uitkomst van een referendum naast zich neer te leggen." In mei zal de nieuwe gemeenteraad zich buigen over het voorstel van APR. Wordt vervolgd dus.
Lees verder