Kunstbeurs NAP+ in Markthal wil zich onderscheiden: ''Sfeer minder commercieel''

De Centrale Markthal staat dit weekend vol met hedendaagse kunst. Het is de derde editie van NAP+, een kunstbeurs die zich nadrukkelijk wil onderscheiden van de gevestigde kunstbeurzen. Dit jaar presenteren 53 galeries hun werk, waaronder veel Amsterdamse galeriehouders en kunstenaars.  Het initiatief werd opgezet door galeriehouders David van Doesburg en Sara Lang. De eerste editie vond plaats in een loods in West en bracht werk van 37 galeries samen. Dit jaar wordt de beurs voor de tweede keer gehouden in de Centrale Markthal.  Betaalbaarheid Een belangrijk uitgangspunt van NAP+ is betaalbaarheid. Kunstenaars en galeries krijgen op traditionele kunstbeurzen te maken met steeds hogere kosten om hun werk te kunnen presenteren. De prijs voor een plek op NAP+ ligt daarom met 3500 euro aanzienlijk lager.  'Dit is echt de meest betaalbare beurs van Europa', vertelt een jonge galeriehouder. De instapprijs zorgt ervoor dat zowel makers als galeries meer durven te experimenteren met hun kunst. Ook is er meer ruimte om werk te tonen van jonge of minder bekende kunstenaars, omdat er minder geld hoeft te worden terugverdiend. Onder de kunstenaars zijn veel makers die in Amsterdam zijn opgeleid, bijvoorbeeld aan de Rijksakademie of de Rietveld Academie.   Dat de beurs zich onderscheidt van traditionele kunstbeurzen, merken ook bezoekers op. ''De sfeer is wat intiemer, je kan wat makkelijker praten'', aldus een bezoeker. ''Het voelt wat persoonlijker en minder commercieel dan bij andere kunstbeurzen'', zegt een andere bezoeker.   De beurs is nog tot en met zondag 20 september te bezoeken in de Centrale Markthal. Vrijdag en zaterdag is de beurs geopend van 11.00 tot 19.00 uur, zondag van 11.00 tot 17.00 uur. Bezoekers hebben een ticket nodig om de beurs te bezoeken. 

Lees verder