Stadsdeelpolitici hebben nog maar weinig echt te zeggen: werkt het systeem nog wel?
Ze kunnen wel adviezen geven aan de Stopera, maar zelf kunnen stadsdeelpolitici geen besluiten nemen. Wat heb je er dan precies aan? Dat zou nog altijd van waarde kunnen zijn, zegt Floris Vermeulen, hoogleraar politicologie aan de UvA, maar in zijn huidige vorm werkt het niet goed genoeg. "Je mag op ze kiezen, dus je suggereert dat ze belangrijk zijn, maar vervolgens blijkt dat ze niets te zeggen hebben." Sinds het voordragen van stadsdeelbestuurders door het nieuwe college rommelt het in de Amsterdamse stadsdeelpolitiek. Dat heeft niet alleen te maken met het last-minute vertrek van Brahim Abid, die voorgedragen werd als stadsdeelbestuurder in Nieuw-West, maar inmiddels kandidaat-wethouder is in Utrecht. Zowel in Nieuw-West als in Zuidoost stemde de stadsdeelcommissie tegen de komst van voorgedragen bestuurders. Officieel gaat het om een negatief advies, het besluit om stadsdeelvoorzitters te benoemen ligt uiteindelijk bij de gemeenteraad, maar het lijkt erop dat commissieleden vooral willen aangeven dat ze zich niet gehoord voelen. Vandaag moet blijken of de gemeenteraad meegaat met die negatieve adviezen en het college de opdracht geeft om nieuwe stadsdeelbestuurders voor te dragen. Ze gaan daarbij ook in debat over de rol die stadsdelen (zouden moeten) spelen in de stad. Bij veel bestuurscommissieleden leeft het idee dat er maar weinig met hun adviezen gedaan wordt door politici in de Stopera. De macht die stadsdeelpolitici hebben is de afgelopen decennia sterk afgenomen. Waar ze eerder zelf besluiten konden nemen, hebben ze nu alleen nog een adviserende rol. De gemeenteraad is niet verplicht iets met de adviezen van de stadsdeelcommissie te doen. Of het nu om de gebruikersbus bij het Oosterpark gaat, of windturbines in Zuidoost of een erotisch centrum in Zuid: de gekozen commissieleden kunnen er hun zegje over doen, maar uiteindelijk ligt het besluit bij de gemeenteraad. Stadsdeelraden Dat werkte ooit heel anders. Decennialang bestond Amsterdam uit nog meer, kleinere stadsdelen. Vooral bedoeld voor zaken die gevoelsmatig ver van de Stopera afstonden. Osdorp en Noord werden in de jaren 80 de eerste stadsdelen, met een eigen gemeenteloket waar je bijvoorbeeld je paspoort kon ophalen. Met de jaren kwamen er geleidelijk steeds meer bij. Tot 2010 bestond Amsterdam uit vijftien stadsdelen. Veel meer dus dan de zeven die Amsterdam nu telt en ze hadden bovendien meer zeggenschap. Elk stadsdeel had namelijk zijn eigen stadsdeelraad (in plaats van de huidige stadsdeelcommissie) die over bepaalde zaken zelf beslissingen kon nemen. Inefficiënt Dat veranderde onder druk van de landelijke overheid. Johan Remkes, de minister van Binnenlandse Zaken (2002-2007) vond die manier van besturen te duur en inefficiënt. "Ja, je zou kunnen zeggen dat die stadsdeelraden inefficiënt waren", zegt Floris Vermeulen. Hij is hoogleraar politicologie en doet bij de UvA onderzoek naar het functioneren van de lokale democratie. "Je krijgt toch dorpspolitiek. De stadsdeelraden gingen zich mengen in discussies die stadsbreed efficiënter opgepakt hadden kunnen worden." Toch hadden die machtigere stadsdelen ook veel waarde voor de stad, zegt Vermeulen. "Je ziet nu dat politieke partijen vooral gericht zijn op verkiezingen winnen. Dat is natuurlijk logisch, maar dat kan er ook toe leiden dat hun beleid kortetermijngericht is. Met de stadsdeelraden was er een systeem waarbij de politiek gedwongen werd om eerst naar bewoners te luisteren voordat er plannen gemaakt werden." Afstand met de Stopera Een van de conclusies die Vermeulen al jaren uit zijn onderzoeken trekt, is dat sommige delen van Amsterdam een grote afstand voelen tot de politiek. "Dat zie je in opkomstpercentages, maar ook in het wantrouwen dat mensen tegen de gemeente hebben." "Juist in de stadsdelen waar het opkomstpercentage laag ligt, zoals Zuidoost en Nieuw-West, merk je dat mensen met een soort weemoed terugdenken aan de manier waarop stadsdelen vroeger functioneerden. Met name omdat je politici veel directer kon spreken en je het idee had dat het beleid wat gevoerd werd ook dichter bij de mensen stond." Volgens Vermeulen kan de gemeenteraad de aansluiting met die burger niet goed genoeg vinden. "Dat proberen ze wel, maar in de praktijk zie je dat het niet lukt. Lokale verkiezingen gaan steeds meer over wat welvarende burgers belangrijk vinden, omdat dat de mensen zijn die uiteindelijk gaan stemmen. En dat zie je ook terug in de onderwerpen die tijdens raadsvergaderingen aan bod komen. We hebben feitelijk kunnen vaststellen dat de stadsdelen binnen de ring vaker besproken worden. De stadsdeelpolitiek kon vroeger een brug slaan, en dat kan denk ik nog steeds." Haken en ogen Volgens Vermeulen is de huidige uitvoering niet perfect, maar hij benadrukt dat Amsterdam moeilijk anders kan, omdat er voor het 'oude' systeem geen steun is vanuit politiek Den Haag. "Ik ben er heel erg voor om de politiek zo dicht mogelijk bij de burger te brengen, ondanks dat je vanuit de landelijke overheid wordt tegengewerkt." "Maar de uitvoering laat zien dat het allerlei haken en ogen heeft, waar niet iedereen goed over nagedacht is", zegt de hoogleraar, die het advies dat commissies over voorgedragen bestuurders mogen geven als voorbeeld noemt. "De raad kan die adviezen makkelijk naast zich neerleggen. En als het negatieve advies niet gaat over de persoon, maar meer een protest is tegen het systeem, is dat wel te begrijpen. Maar dan nog leg je dus zomaar een advies naast je neer over een zeer belangrijke benoeming, want er is in sommige stadsdelen heel veel te doen." "Daarom vind ik het ook een slechte zaak dat de gemeente nu twee in plaats van drie stadsdeelbestuurders aanstelt. Die bestuurders weten wat er in hun omgeving speelt en kunnen ontzettend veel betekenen. Als het gaat om het bestrijden van armoede of jeugdzorg. Dat heeft een lokale context. En stadsdeelbestuurders weten wat er speelt en zijn in staat om snel actie te ondernemen. En stadsdelen zijn soms groter dan grote gemeenten in de rest van Nederland. Dus het is helemaal niet gek dat daar extra aandacht voor is." Bij het nut van stadsdeelcommissies heeft Vermeulen wel serieuze vraagtekens. "Je mag op ze kiezen, dus je suggereert dat ze belangrijk zijn. Maar vervolgens blijkt dat ze niets te zeggen hebben. Welke rol speel je nog als je alleen kan adviseren?" "Ze zouden in een belangrijke rol kúnnen spelen, omdat ze beter de verhoudingen kunnen weergeven dan het stadsbestuur. Eigenlijk zou het stadsbestuur gewoon moeten accepteren dat ze in sommige delen van de stad gewoon heel weinig steun hebben. In Nieuw-West en Zuidoost komen mensen niet opdagen, en als ze komen opdagen stemmen ze op andere partijen." "Geef ze meer te zeggen" Volgens de hoogleraar is het belangrijk dat de politiek de brug naar de stadsdelen blijft slaan. "Juist nu duidelijk wordt dat steeds minder Amsterdammers zich thuis voelen in de stad. Los van de vraag waar het precies aan ligt: het is een duidelijk signaal en een heel groot probleem en het komt veel vaker voor in de stadsdelen waar we het nu over hebben." "Het zijn juist de stadsdelen waar je wil dat het contact gelegd zou worden, dus geef ze meer te zeggen", oppert de hoogleraar. Of de stad daarmee wel bestuurbaar blijft? "Ja, het verleden heeft laten zien dat dat wel degelijk kan. De stadsdeelbesturen zijn niet gestopt omdat het niet werkte." Volgens Vermeulen ligt de sleutel nu bij de grootste partij in de stad: PRO. "Die is door de fusie heel machtig geworden. Het is de vraag hoe mensen ervoor kunnen zorgen dat die partij meer gaat reflecteren op het functioneren van dit soort stadsdelen." "De partijleiding heeft zelf ook al meerdere keren gezegd dat ze hiernaar willen kijken, maar het is duidelijk nog niet doorgedrongen tot de stadsdelen. Die hebben het gevoel dat er niet naar ze wordt geluisterd. En ik moet eerlijk zeggen, het beleid in het benoemen van bestuurders duidt erop dat er niet echt over de belangen van de stadsdelen is nagedacht." "Dat stelsel van vroeger gaat niet terugkomen. Niemand heeft ook het gevoel dat dat kan. Het zal altijd beperkt blijven. Grote partijen worden electoraal gezien niet langer gedwongen om naar stadsdelen te luisteren, dus dan moeten ze dat uit zichzelf doen."
Lees verder