Steeds meer Amsterdammers voelen zich hier niet thuis, met name nieuwkomers en migranten

Het deel van de Amsterdammers dat zich thuis voelt in de stad, is vergeleken met 16 jaar geleden afgenomen. Dat geldt met name voor mensen die hier korter dan drie jaar wonen en mensen met een migratieachtergrond. Het is een van de bevindingen uit de Burgermonitor 2025 van gemeentelijk bureau Onderzoek en Statistiek (O&S), dat vandaag werd gepubliceerd. Sinds 1999 wordt met de burgermonitor de stemming van Amsterdammers over hun medestadbewoners, het bestuur en hun gebruik van lokale en gemeentelijke media gepeild. Het rapport verschijnt elke twee jaar. Vergeleken met 2010 is het aandeel Amsterdammers dat zich in de stad thuis zegt te voelen geleidelijk gedaald. Zestien jaar geleden voelde 82 procent zich hier naar eigen zeggen thuis. Inmiddels geldt dat voor 67 procent van de ondervraagden. Verschil tussen groepen Volgens O&S is deze afname zichtbaar bij alle groepen Amsterdammers, maar het sterkst bij mensen die hier korter dan drie jaar wonen (1999: 78 procent, nu: 51 procent) en mensen met een migratieachtergrond (1999: 85 procent, nu: 71 procent). Beide groepen zijn de afgelopen jaren gegroeid in de stad. Mensen die hier langer dan 10 jaar wonen, geen migratieachtergrond hebben of tot de hoogste inkomensgroep behoren zeggen vaker dat ze zich thuis voelen in de stad. Ook onder deze bevolkingsgroepen is dat aandeel gedaald, maar niet zo sterk als bij mensen die niet tot deze groepen behoren. Inkomen lijkt volgens de onderzoekers hierbij een grotere rol te spelen dan opleidingsniveau: Amsterdammers met een hbo- of universitaire opleiding én een laag inkomen voelen zich minder vaak thuis (57 procent) dan gemiddeld (67 procent).  Er is ook een verschil tussen mensen met een hbo- of wo-diploma (70 procent voelt zich thuis) en mensen met een basis of mbo-opleiding (63 procent), maar de verschillen zijn hier kleiner. De vraag of Amsterdammers zich thuis voelen in de stad werd na 2010 niet meer gesteld in de Burgermonitor. In plaats daarvan werd mensen gevraagd of ze zich verbonden voelen met hun stad. Tussen 2011 en 2025 is het percentage dat daar 'ja' op antwoordde licht gedaald (van 80 procent naar 77 procent). Pessimisme over stad 54 procent van de Amsterdammers vindt dat het eerder de slechte kant dan de goede kant opgaat met de stad. Over de koers van Nederland zijn meer mensen negatief. Daarvan vindt 69 procent dat het de verkeerde kant opgaat. Onder mensen die in 2025 op een rechtse partij hebben gestemd, is 71 procent ontevreden over de koers. Onder mensen die links georiënteerd zijn, geldt dit voor 46 procent. Onder mensen die op een middenpartij stemmen voor 62 procent. Wat opvalt, zijn de grote verschillen tussen buurten. In Centrum-Oost vindt 50 procent dat het de goede kant op gaat, terwijl dat in Centrum-West voor 34 procent geldt. In Osdorp is 25 procent positief over de toekomst, terwijl dit in Geuzenveld-Slotermeer (50 procent), Slotervaart (41 procent) hoger is. Centrum en Nieuw-West zijn de enige buurten waar een meerderheid van de ondervraagden vindt dat het de verkeerde kant opgaat. Volgens de onderzoekers hangt de mate van optimisme samen met de verbondenheid die mensen met hun buurt voelen.  Schonere stad Uit het onderzoek blijkt nog maar eens dat Amsterdammers een schonere stad hoog op hun prioriteitenlijstje hebben staan. 19 procent van de ondervraagden gaf aan dat dit - als zij het zelf voor het zeggen zouden hebben - dit het eerste is waar ze iets aan zouden doen. Bubbels Het onderzoeksbureau ziet ook dat sociale netwerken van mensen homogener zijn geworden. Met andere woorden, mensen leven meer in bubbels dan ze voorheen deden. Steeds meer Amsterdammers gaan om met vrienden die uitsluitend of overwegend hetzelfde zijn of denken als zijzelf. Zoiets noem je ook wel een 'homogene' vriendengroep en daarvan zijn er vergeleken met 2019 meer bijgekomen in de stad. Die toename is het grootste bij oudere Amsterdammers (65+), al blijven zij nog wel de mensen die het vaakst een 'heterogeen netwerk'.  Amsterdammers met een wo-opleiding hebben vaker uitsluitend vrienden die op henzelf lijken. Van de mensen met een hoog inkomen en zonder migratieachtergrond heeft 56 procent in alle opzichten een 'homogene' vriendenkring. Dat ligt anders bij mensen die een basis- of mbo-opleiding hebben (zij hebben vaker vrienden die andere politieke ideeën hebben) en mensen die niet in Nederland geboren zijn (zij hebben vaker vrienden met andere religieuze ideeën.) Meer dan de helft van de ondervraagden zegt dat zijn of haar vriendenkring (bijna) uitsluitend bestaat uit mensen die dezelfde religieuze en politieke ideeën, dezelfde afkomst en dezelfde leeftijd en opleiding hebben. Welke religieuze ideeën je hebt, is daarbij de belangrijkste factor.  Tegelijkertijd zien de onderzoekers dat polarisatie toeneemt, zowel landelijk als in Amsterdam. 78 procent van de ondervraagden vindt dat de verschillen van mening over maatschappelijke kwesties groter zijn geworden. 4 op de 10 Amsterdammers voelen druk om een standpunt in te nemen zonder dat ze een middenpositie kunnen kiezen. Andersom beschouwt een kwart van de Amsterdammers de omgang van mensen met andere politieke opvattingen of religieuze ideeën als iets slechts. Ook heeft 14 procent van de Amsterdammers het gevoel dat mensen met andere politieke opvattingen hun waarden en normen bedreigen. Een even grote groep zegt dat ze mensen zijn gaan haten vanwege hun standpunten. Volgens de onderzoekers zijn dit aanwijzingen dat het samenleven in de stad onder druk staat.

Lees verder