Toeslagenouder en ondernemer Gülşah Aknipar wil erkenning en doet aangifte tegen Belastingdienst

Het kabinet wil geen aangifte doen, en dus doen gedupeerde ouders en ondernemers van de toeslagenaffaire het zelf. Ze willen dat de Rijksrecherche en het Openbaar Ministerie onderzoek doen naar tientallen miljoenen documenten die zijn opgeslagen in een afgeschermde, digitale kluis. De gedupeerden, onder wie de Amsterdamse Gülşah Akpinar, willen weten of ambtenaren van de Belastingdienst bewust informatie hebben achtergehouden.  ''Ik hoop dat we erkenning krijgen.'' Dat zegt Gülşah Aknipar, die naast moeder ook eigenaar is van een kinderdagverblijf. Zij wil dat de Rijksrecherche onderzoek doet naar de zogenoemde datakluis, waarin zich miljoenen documenten zouden bevinden. ''Wij hebben een sterk vermoeden dat het is achtergehouden en willen daarom dat het onderzocht wordt.'' Aldus Aknipar.  Terugvordering Voor Aknipar begon ''de hel'' in 2012. In één keer moest ze 60.000 euro aan toeslagen terugbetalen.  De terugvordering had grote financiële gevolgen voor haar en haar gezin.  Als eigenaar van een kinderdagverblijf zag ze ondertussen ook steeds meer klanten in een soortgelijke situatie. ''Vooral Turkse en Marokkaanse ouders kwamen in de problemen nadat hun toeslagen werden teruggevorderd. De Nederlandse ouders kregen deze vorderingen niet.'' Meer ouders willen antwoorden Aknipar is niet de enige die wil weten wat er precies met de documenten in de datakluis is gebeurd. Ook Merijn van Leeuwen, de advocaat die een deel van de gedupeerde ouders bijstaat, vindt dat de datakluis onderzocht moet worden. ''Voor de gedupeerde ouders is het weer een nieuwe klap om te verwerken. Daarom moet het tot op de bodem worden uitgezocht. Een onafhankelijk onderzoek door de rijksrecherche is van groot belang.'' Hoe nu verder? Ondanks de financiële problemen en de gevolgen van de toeslagenaffaire heeft Aknipar inmiddels een doorstart kunnen maken met haar kinderdagverblijf. Aknipar hoopt dat haar eis wordt ingewilligd en dat de documenten daadwerkelijk worden onderzocht. Voor haar zou dat een belangrijke laatste stap zijn in een jarenlang proces. ''Hierna kan ik dit hoofdstuk afsluiten en door met mijn leven.'' De aangifte ligt inmiddels bij de hoofdofficier en binnen drie maanden krijgen de gedupeerde ouders te horen of er een onderzoek plaats gaat vinden. Op voorhand kan advocaat, Merijn van Leeuwen, niet laten weten of de aangifte kansrijk is: ''Je gelooft erin, anders dien je de aangifte niet in.''

Lees verder