Van Kopenhagen tot Parijs, zo groeit het internationale spoor vanuit Amsterdam

Al meer dan honderd jaar reizen Amsterdammers per trein naar steden als Parijs en Berlijn. Sindsdien is het internationale spoor voortdurend in beweging: bestemmingen komen en gaan en nieuwe vervoerders proberen een plek op het spoor te veroveren. De laatste jaren lijkt die ontwikkeling in een stroomversnelling te raken. Waar komt die groei vandaan en wat staat verdere uitbreiding nog in de weg? Gisteren werd duidelijk dat spoorbedrijf European Sleeper reizen gaat aanbieden van Amsterdam naar Kopenhagen en Malmö. In mei werd bekend dat er een nieuwe aanbieder op het spoor bij zou komen tussen Amsterdam en Parijs. Voor 19 euro kun je naar de Franse hoofdstad, maar dan ben je wel zo'n twee keer zo lang onderweg dan bij bestaande aanbieders. En ook richting Berlijn startte eerder dit jaar een nieuwe verbinding met een prijsvechter. Een directe trein naar Hamburg werd door diezelfde maatschappij vanwege organisatorische problemen alweer snel geschrapt.  Hoewel het Europese spoor de laatste tijd een verzamelplek lijkt voor steeds meer concurrerende vervoerders, wordt er volgens hoogleraar Ruimtelijke Economie aan de VU Erik Verhoef al veel langer gestreden om een plekje op de rails. "Het ideaal vanuit Brussel is al langere tijd dat er meer toetreding en concurrentie op het spoor zou moeten zijn", zegt hij. "Daardoor zijn er geregeld nieuwe vervoerders die internationale verbindingen proberen op te zetten."  Drukte op het spoor  Toch halen lang niet alle plannen de dienstregeling, en dat heeft onder andere te maken met de spoorcapaciteit. In Nederland wordt die planning bepaald door ProRail, maar overdag is een groot deel van de capaciteit al vergeven. "Als jij nu een trein zou kopen tussen Amsterdam en Groningen zou willen gaan rijden, dan kan dat dus niet zomaar", aldus Verhoef. "Die ruimte is er niet."  Volgens Verhoef is dat echter wel het gevolg van iets positiefs: het betekent namelijk dat Nederland haar spoorwegen intensief gebruikt. Tegelijkertijd zorgt het er wel voor dat nieuwe vervoerders er lastig tussen komen. 's Nachts is er wel meer ruimte, maar die uren zijn voor commerciële vervoerders vaak minder aantrekkelijk.  En dat terwijl nieuwe bedrijven vooral zoeken naar trajecten waarop geld te verdienen valt. "Ze zullen bijna automatisch daar toetreden waar ze ook met een lagere prijs kunnen gaan concurreren", zegt Verhoef. Toch is de prijs niet het enige waar reizigers naar kijken. Volgens Verhoef moeten reizigers er ook van overtuigd zijn dat de verbinding betrouwbaar en comfortabel genoeg is.  Lastig te vergelijken  Juist bij internationale treinreizen is het lastig uitzoeken welke reis het meest geschikt is. "Een van de dingen die heel erg ontbreekt op dit moment, is simpelweg een plek waar de reiziger informatie kan vinden over hoe je bijvoorbeeld van Amsterdam naar Marseille komt met internationaal spoor", zegt Verhoef. Zeker als een reis uit meerdere vervoerders bestaat, kan het ingewikkeld zijn om aansluitingen en tickets goed op elkaar af te stemmen. Volgens Verhoef ligt daar een belangrijke kans voor verbetering: bedrijven en landen zouden informatie beter met elkaar moeten delen, zodat reizigers makkelijker één internationale reis kunnen plannen. Dat betekent niet automatisch dat concurrerende spoorbedrijven graag samenwerken. "Als je zo'n markt opbouwt rond het idee dat concurrentie goed is, dan moet je ook niet vreemd opkijken dat die bedrijven niet spontaan gaan samenwerken." Technische uitdagingen  Alsof de verdeling van spoorruimte en kaartverkoop nog niet ingewikkeld genoeg zijn, bestaan er ook grote technische verschillen tussen Europese landen. Treinen die meerdere landsgrenzen passeren, krijgen te maken met verschillende bovenleidingsspanningen, beveiligingssystemen en soms ook perronhoogtes. Een trein die in Nederland rijdt, kan daardoor niet automatisch zonder aanpassingen in ieder ander Europees land worden ingezet. Europa volledig gelijktrekken is volgens Verhoef niet eenvoudig. "De transitiekosten daarvan zijn natuurlijk enorm hoog. Treinen gaan heel lang mee. Je gaat ook niet zomaar treinstellen weggooien omdat je in Europa één standaard wil." Concurrent van het vliegtuig Voor de toekomst ziet Verhoef vooral kansen als het voor reizigers aantrekkelijker wordt om de trein te pakken dan het vliegtuig. "Wat ik verwacht is dat we op zeker moment in Europa toch ook tot de conclusie zullen komen dat die korte afstandsvluchten toch wel wat ontmoedigd moeten worden." Dat past volgens hem ook bij de verduurzamingsdoelstellingen in Europa. Daarbij speelt ook de prijs een belangrijke rol. "Vliegen is op dit moment op heel veel verbindingen simpelweg goedkoper dan per trein." Als dat verschil kleiner wordt en ook de milieukosten meer in de ticketprijs worden verwerkt, verwacht Verhoef dat reizigers andere keuzes maken en dus vaker met de trein willen reizen. 

Lees verder