Verhuurder krijgt ruim 20.000 euro achterstallige huur na vertrek huurder uit friendswoning
Een bewoner van een friendswoning in Amsterdam-Noord is in de problemen gekomen nadat zijn medehuurder vertrok. De verhuurder wilde een jaar later ongeveer 20.000 euro aan achterstallige huur. De bewoner stapte naar de rechter, maar de inmiddels huurachterstand, die inmiddels nog verder was opgelopen, moet toch worden betaald. Op 1 augustus 2021 tekende de bewoner samen met de andere bewoner een huurovereenkomst. Samen moesten ze 1896 euro huur per maand betalen. In de overeenkomst stond dat het niet mogelijk was dat een van de twee huurders eenzijdig de overeenkomst zou opzeggen, maar dat de verhuurder 'onder voorwaarden' wel akkoord kon gaan met de komst van een nieuwe huurder. De tweede huurder verliet het appartement in november 2024. Daarna kreeg de achtergebleven huurder tot 1 december 2024 de tijd om een nieuwe medehuurder te vinden. Een paar dagen voor die datum kwam hij met een nieuwe kandidaat, maar de verhuurder ging niet met diegene akkoord wegens 'interne afwegingen en selectiecriteria'. De huurder kreeg daarna tot 1 april en nog tot 14 mei de tijd om een geschikte kandidaat te vinden. Op 14 mei kwam de huurder weer met een kandidaat. Het duurde nog tot november 2025 totdat er een juridisch document kwam dat als bijlage aan het bestaande huurcontract werd toegevoegd. Daarna kwamen er vanuit de huurder nog vragen over dat document. Maar een paar weken eerder, op 9 oktober 2025, had de verhuurder al een dagvaarding getekend waarin gevorderd werd de huurovereenkomst te ontbinden. Ook werd de oorspronkelijke twee huurders gevorderd om 20.000 euro aan achterstallige huur en rente te betalen. Eigen deel wel betaald De achtergebleven huurder ontkende dat er een huurachterstand bestond. Hij had zijn eigen deel van de huur namelijk altijd op tijd betaald. Bovendien had hij meerdere kandidaten als nieuwe medehuurder aangedragen en heeft de verhuurder die afgewezen. De kantonrechter vindt wel dat de achtergebleven huurder (mede)verantwoordelijk kan worden gehouden voor de huurachterstand. "In deze stelling miskent huurder dat hij hoofdelijk aansprakelijk is voor de gehele huurprijs, die een ondeelbare vordering is. Niet gebleken is dat er in de huurovereenkomst afwijkende afspraken zijn gemaakt", schrijft de kantonrechter in het vonnis. Het is volgens de kantonrechter, ondanks de hoge achterstand, niet nodig om de huurder op straat te zetten. Volgens de kantonrechter heeft zowel het handelen van de huurder als dat van de verhuurder ervoor gezorgd dat er zo lang geen nieuwe huurder bij is gekomen en heeft dat ertoe geleid dat de achterstand zo groot is geworden. Daarmee is het ontbinden van de overeenkomst 'niet gerechtvaardigd'. Samen afspreken De huurachterstand moet dus nog wel betaald worden, door zowel de vertrokken huurder als de huidige huurder. Wie welk deel betaalt, moeten zij zelf afspreken. Het gaat om 19.255 euro tot en met 31 oktober 2025. Daar komt nog rente bij en nog de achterstanden van november 2025 tot en met maart 2026. De beoogde nieuwe medehuurder woont er nog niet, maar dat zou volgens de kantonrechter in de toekomst wel kunnen. Diegene hoeft de huurachterstand niet over te nemen.
Lees verder