Wachtlijsten en bureaucratie: dak- en thuislozen drukken raadsleden met neus op de feiten

Of je nu hulp zoekt of een woning: het is in de rij aansluiten. De lange wachtlijsten voor hulp en (tijdelijke) woningen is een grote irritatie voor veel dak- en thuislozen in de stad. Dat blijkt tijdens het jaarlijkse kapstokoverleg tussen dak- en thuislozen en raadsleden in de Stopera. "We hebben een wachtlijst voor een wachtlijst." Eén keer per jaar mogen dak- en thuislozen hun verhaal doen op de Stopera. Over het harde leven op straat, over de muren waar ze tegenaan lopen, over wat ze van de politiek verwachten. Raadsleden die de moeite hebben genomen om te komen, moeten vooral luisteren. Dit jaar zijn het er maar vier: Judith Krom (Partij voor de Dieren), fractievoorzitter Remine Alberts (SP), Jazie Veldhuyzen (De Vonk) en Suleyman Aslami (D66). Die laatste: "Dit is natuurlijk een heel belangrijk onderwerp. Jammer dat andere collega's er niet bij konden zijn." De vier raadsleden die er wel zijn, horen de verhalen aan van mensen die met hun kinderen op straat zijn beland na de toeslagenaffaire. Of na de beëindiging van een huurcontract. Zo kwam Andy, die al 37 jaar in Amsterdam woont, in 2024 op straat te staan nadat hij zijn woning uit moest. Een permanente woning heeft hij nog steeds niet. Lhbtiq+-daklozen Andy wil vooral van de raadsleden weten wat Amsterdam doet voor de lhbtiq+-gemeenschap, waar hij zelf ook toebehoort. Voor deze groep zijn er speciale opvangplekken in de stad, maar die voldoen volgens Andy niet. "Ik spreek heel veel mensen uit de gemeenschap. Er is wel opvang, maar de plekken zijn gewoon te klein, waardoor ze echt op elkaar slapen. Te dicht bij elkaar, door elkaar, met als gevolg een gevoel van onveiligheid en lichamelijke klachten. Transpersonen, homomannen en vrouwen, slapen door elkaar en dat kan niet." Hij vraagt de raadsleden: 'Kunnen we een oplossing vinden voor de lhbtiq+-groep?'. Een vraag waar nauwelijks antwoord op komt, want we moeten door. Na afloop heeft Andy nog wel de kans gehad om met de raadsleden te praten.  De dakloze Diego ergert zich kapot aan de vele wachtlijsten voor dak- en thuislozen die hulp zoeken. "Ik sta zelf ook op een wachtlijst. Voor een schakelwoning. Dan zijn er ook nog wachtlijsten voor de schuldhulp. Het is alsof je gewoon in een potje wordt gegooid, en zie er maar even uit te komen. Al die wachtlijsten. Maak er gewoon één wachtlijst van. Dat is gewoon mijn grootste irritatiepunt." Teake Damstra van belangenclub Straatalliantie, en ook gespreksleider van het overleg op de Stopera, snapt precies wat Diego bedoelt. "We hebben een wachtlijst voor een wachtlijst, en dan is het wachten tot daar weer een wachtlijst voor komt. Het zijn oplossingen voor problemen, die weer zorgen voor nieuwe problemen. Dit moet je radicaal op een andere manier gaan inrichten. En als je dat gaat doen, betrek dan de mensen erbij over wie het gaat." De 47-jarige Clyde Kerpens, vader van zes kinderen, is een tijd dakloos geweest door problemen met de IND na zijn komst vanuit Suriname. "Ik ben mezelf gewoon gaan minachten als vader. Mijn kinderen niet kunnen zien, weet je. Het heeft me ziek gemaakt aan mijn hart", vertelt hij aan alle aanwezigen. Inmiddels heeft Clyde onderdak en studeert hij rechten aan de Open Universiteit. Als rechtenstudent weet hij inmiddels het een en ander van recht, maar als ervaringsdeskundige weet hij ook heel goed dat veel dak- en thuislozen er helemaal niets van snappen, of willen snappen. "Als je als dakloze op straat geconfronteerd wordt met wet- en regelgeving, dan weet je er, sorry voor het taalgebruik, geen bal van. Je wil alleen maar weten waar je vanavond gaat slapen. En al die vaders en moeders die op straat staan vanwege processen en systemen. Als het systeem niet werkt, gooi het dan overboord." Volgens Damstra vat wat Clyde zegt het kapstokoverleg wel een beetje samen: "Mensen raken echt vermorzeld in alle onmogelijke systemen die we rondom hebben opgetuigd. Met uitsluitcriteria, enfin, je hebt het gehoord. Wat ik verder heb gehoord, is dat een hele groep mensen zegt: 'Betrek ons meer bij het maken van beleid. Betrek ons meer bij de uitvoering. Want wij weten dondersgoed waar het over gaat'." Clyde hoopte na zijn studie mensen die het moeilijk hebben juridisch bij te staan, maar overweegt nu toch de politiek. "Ik moet zeggen dat ik heel erg gelovig ben, en dat ik langzamerhand mijn plek begin te vinden in de samenleving. En de mens dienen wil zeggen dat ik de politiek in moet. Want als raadslid of politicus ben je gewoon geroepen om de mens te dienen."

Lees verder