Wat betekent casus Stek Oost voor vergelijkbare projecten? "Alle verhoudingen aanpassen te voorbarig"
De wethouders Pels (Volkshuisvesting) en Groot Wassink (Opvang) overleefden gisteren een motie van afkeuring, na een lang debat over hun handelen rond de misstanden in gemengd wooncomplex Stek Oost. Het ging vooral veel over bestuurlijke keuzes en de vraag of er op tijd en adequaat was ingegrepen. Maar hoe is het nu met de huidige bewoners en wat betekent de casus Stek Oost voor de andere gemengd wonen-complexen in de stad? Sinds de start van het project in 2018 vonden er meerdere geweldsincidenten plaats. In 2024 wordt een ex-bewoner, een statushouder, voor drie jaar veroordeeld voor het verkrachten van twee medebewoners. Deze week meldden Pels en Groot Wassink aan de raad dat er ook recent nog twee incidenten plaatsvonden. Een starter en een statushouder vertoonden verward en agressief gedrag. De huidige bewoners die wij hebben gesproken willen niet op camera vertellen hoe het nu is om in het complex te wonen. "We zijn ons bewust van de impact op onze huurders", zegt woningcorporatie Stadgenoot in een schriftelijke reactie op de ontwikkelingen van de afgelopen weken. "We volgen nauwlettend wat we extra kunnen doen in de vorm van communicatie of bijeenkomsten." Verder zegt Stadgenoot dat er begin maart een bestuurlijk overleg met de gemeente plaatsvindt. "Hierin bespreken we de gewenste vervolgstappen voor Stek Oost. Ondertussen werken we samen met de gemeente om de veiligheid te waarborgen, onder andere door tijdelijk extra beveiliging in te zetten. Daarnaast werken we hierin ook samen met de politie, GGD en GGZ." Ook een woordvoerder van wethouder Pels verwijst in een reactie op de gebeurtenissen rond Stek Oost op de afspraak die op de agenda staat. "Er is begin maart een bestuurlijk overleg met Stadgenoot waar gesproken wordt over wat er nog extra nodig is om de veiligheid bij Stek te waarborgen." Gevolgen voor andere wooncomplexen Tot zover Stek Oost, maar er zijn nog veel meer gemengd wooncomplexen in de stad. In Amsterdam zijn er vierentwintig locaties waar starters samenwonen met statushouders. Hiervan zijn zestien locaties kleinschalig. Het aantal bewoners ligt hier tussen de twaalf en honderdveertig. Op acht locaties is er sprake van grote wooncomplexen waar tussen de tweehonderdvijftien en vijfhonderdzestig statushouders en starters wonen. Uit onderzoek van het Verwey Jonker Instituut in 2020, en later ook van AT5, bleek dat het wonen op de kleinere locaties over het algemeen goed verloopt. Bij grote complexen is de mate van leefbaarheid afhankelijk van meerdere factoren, zegt ook !Woon, een stichting die hulp biedt aan huurders. Een van de aanbevelingen uit het onderzoek van het Verwey Jonker Instituut uit 2020: "Bij woonprojecten, boven de vijftig à vijfenzeventig bewoners is het raadzaam om een 66/33 of 75/25 verhouding tussen Nederlandse huurders en statushouders aan te houden." Van de vierentwintig locaties voor gemengd wonen is de verhouding grotendeels 50/50. Er wonen dan evenveel statushouders als starters. Op negen grote en kleine locaties is die verhouding anders, daar is het aantal statushouders lager, namelijk vijfentwintig, dertig of veertig procent. Op één locatie, in Zuid met twaalf bewoners, is juist het merendeel statushouder. "Het is nog te vroeg om bij voorbaat al de verhoudingen starters/statushouders bij alle gemengd woonblokken te gaan aanpassen", zegt een woordvoerder van wethouder Pels over de mogelijke gevolgen van de casus Stek Oost voor de andere gemengd wonen-complexen in de stad. Begin maart volgt dus dat bestuurlijk overleg. "In de tussentijd is het zo: de wethouder staat open voor overleg ten aanzien van alles wat nodig is om de veiligheid in gemengde woonlocaties te verstevigen als dat nodig is", aldus de gemeente.
Lees verder