Wat levert het nieuwe datacenter van Microsoft ons eigenlijk op?
De bouw van drie grote datatorens van Microsoft is deze maand van start gegaan. Eerder deze week werd bekend dat de Amerikaanse techgigant een wet omzeilt die de komst van dit soort centra eigenlijk verbiedt. Waarom moeten deze torens eigenlijk in de stad staan en wat leveren ze precies op? AT5 sprak erover met hoogleraar David Smeulders van de TU Eindhoven. Het datacenter komt in het Westelijk Havengebied te staan en zal uiteindelijk net zoveel stroom gebruiken als alle huishoudens in Haarlem samen. Wethouder Alexander Scholtes (D66) maakt zich zorgen over de komst van het datacenter en noemde het 'zeer onwenselijk' dat het gebruikt gaat worden door één grote, niet-Europese partij. Wet omzeild Het kabinet besloot in 2022 dat er alleen nog in het Groningse Eemshaven en Wieringermeerpolder plek was voor een datacenter, vanwege overbelasting op het stroomnetwerk in Amsterdam. Toch lukte het Microsoft om te starten met de bouw van drie zogenoemde 'hyperscale' datacenters. Door de bouw op te splitsen in drie 'kleine' datacenters, in plaats van één grote, wordt volgens NRC een wet omzeild die de komst van grote datacenters verbiedt. Maar waarom willen grote techbedrijven met hun datacentra zo graag naar de stad? De prijs per vierkante meter ligt hier een stuk hoger dan in andere delen van het land en de data is buiten Amsterdam net zo goed te bereiken. We namen contact op met David Smeulders, hoogleraar Energie en Technologie aan de Technische Universiteit Eindhoven, die alles weet over datacenters. "Het draait allemaal om millisecondes", vertelt Smeulders. "Datacenters fungeren als internetknooppunten, die bijvoorbeeld van groot belang zijn voor de beurs." Daar kan een duizendste van een seconde het verschil maken tussen duizenden, of zelfs miljoenen euro's. Maar wat levert het de stad dan op? Volgens Smeulders niet zoveel. "Hoog wat belastinginkomsten", zegt hij. Ook voor de werkgelegenheid doet het 'relatief weinig'. "Er werken hooguit twintig mensen per toren." Hij benadrukt dat vooral de grote techbedrijven verdienen aan de komst van het datacenter. "We hebben andere prioriteiten", stelt hij. "Door dit soort centra kunnen nieuwe woningen niet worden aangesloten op het stroomnetwerk." In een brief die namens het stadsbestuur is verstuurd naar de gemeenteraad, wordt gesteld dat de bouw van zo'n 30.000 woningen wordt vertraagd door een tekort aan stroom. Amerikaanse techbedrijven Smeulders, die de meeste sociale media-apps in de ban heeft gedaan, maakt zich ook ernstige zorgen over de macht en invloed van Amerikaanse techbedrijven. Hij stelt dat zo'n 80 tot 90 procent van onze data in Amerikaanse handen is. Volgens Smeulders is dat een groot risico. "Dat betekent dat we nu worden betrapt met de broek naar beneden", vertelt hij. "De Amerikaanse overheid kan, als ze willen, alles van ons inzien. Ook data van de gemeente en defensie." Volgens Smeulders zal het nog wel tientallen jaren duren voordat we onafhankelijkheid kunnen creëren van de VS. Smeulders waarschuwt voor het feit dat de opsporingsdiensten in de Verenigde Staten meer macht toe-eigenen als het gaat om dataverzameling, vooral sinds Donald Trump president is. "Het risico bestaat dat de Amerikaanse autoriteiten je foto's kunnen inzien wanneer je een visa-aanvraag doet", waarschuwt Smeulders. Terwijl de stad kampt met netcongestie, profiteren Amsterdammers dus nauwelijks van de komst van het datacenter van Microsoft, aldus de hoogleraar. Toch zijn de eerste palen ondertussen geslagen; in 2028 is het project af.
Lees verder