Wie kent nog de vismarkt aan de Geldersekade?

In het programma De Verdwenen Stad gaan we iedere keer naar een andere plek in Amsterdam om te kijken hoe die in de loop van de tijd is veranderd. Deze keer zijn we aan de Geldersekade, pal achter de Waag op de Nieuwmarkt. Hier stond tot de jaren dertig van de vorige eeuw de vishal. Aan de noordkant van de Nieuwmarkt, aan de kop van de Geldersekade, staan nu fietsenrekken en een beeld van Brederode. Niets herinnert meer aan de levendige vismarkt die hier ooit was. Vanaf 1840 was dit de plek voor Amsterdammers om aan vis te komen. Voor die tijd moest je naar de Dam voor vis, waar nu de Bijenkorf staat. Op dezelfde locatie stond eerder de Beurs van Zocher. Toen deze werd gebouwd moesten de viskramen die daar van oudsher stonden, uitwijken naar elders. Dat werd de Geldersekade.   Volksvoedsel Dat er van de vishal niets meer is terug te vinden, is niet helemaal waar. De poort waar het water, onder de Nieuwmarkt door, naar de Kloveniersburgwal stroomt, is er nog. En aan weerzijde van die poort zien we twee houten vlonders. Daaronder liggen, naar alle waarschijnlijkheid, nog de trappen naar de houten steigers in het water waar de vissersboten aanlegden en waar ook vis werd verhandeld. De vis die buiten werd verhandeld was doorgaans van mindere kwaliteit. Voor de lekkerste, maar dus ook duurste vis, moest je binnen in de vishal zijn. "Vis is al vanaf de vroege middeleeuwen volksvoedsel", weet historicus Clé Lesger. "Het heeft een relatief hoge voedingswaarde en het is een stuk goedkoper dan vlees." Stenen vishal De nieuwe vismarkt aan de Geldersekade is in het begin nogal provisorisch van opzet.  Er zijn steigers waar de boten aan kunnen leggen en op de kade staan houten barakken. Het gemeentebestuur vindt dit na verloop van tijd ook niet de oplossing en besluit rond 1860 geld vrij te maken voor een stenen gebouw. Stadsarchitect Bastiaan de Greef tekent het ontwerp.  Einde vishal Na veertig jaar stopt de verkoop van vis aan de Geldersekade. De gemeente wilde de handel verplaatsen naar de De Ruyterkade, naar buiten het centrum dus. Daar stierf het een langzame dood, aangezien de vishandel zich meer en meer naar IJmuiden verplaatst had. Van 1902 tot 1938 heeft het gebouw er nog gestaan en werd het gebruikt voor diverse activiteiten: van opslag tot veiling van eieren en pluimvee. Maar eind jaren dertig wil de gemeenteraad van het gebouw af. Het stond in de weg en blokkeerde vanaf de Geldersekade het zicht op het Waaggebouw, zo was het argument.  Kijk hier voor meer afleveringen van De Verdwenen Stad Amsterdam.

Lees verder