Zo zag de pinguïnrots van Artis eruit: "Verre van natuurlijk"

In het programma De Verdwenen Stad gaan we iedere keer naar een andere plek in Amsterdam om te kijken hoe die in de loop van de tijd is veranderd. Deze keer brengen we een bezoek aan Artis. Hier werd eind jaren dertig een wel heel speciale pinguïnrots neergezet door kunstenaar Jaap Kaas. Artis is een dierentuin die voortdurend in beweging is. Er verdwijnen verblijven, zoals de roofdierengalerij, maar er komen ook weer nieuwe voor in de plaats. Het verblijf van de leeuwen en tijgers moest een aantal jaren geleden wijken voor een spiksplinternieuw olifantenperk. Dat heeft onder meer te maken met de steeds veranderende inzichten over hoe dieren het beste gehouden kunnen worden.  Zo is het begin jaren zestig van de vorige eeuw ook gegaan met het verblijf dat kunstenaar Jaap Kaas ontwierp voor de pinguïns. Kaas was een kunstenaar die een sterke band had met de Amsterdamse dierentuin. Hij had er zelfs zijn atelier. Door het hele park zijn nu nog beelden te vinden van zijn hand.  Tekst gaat door onder de foto Crisis Eind jaren dertig bood Jaap Kaas, die dus zeer begaan was met Artis, aan een verblijf te ontwerpen voor de pinguïns. Het ging in die tijd slecht met Artis. Het ging in die tijd slecht met heel veel mensen, want een paar jaar eerder was de aandelenbeurs van New York geklapt. De hele wereld verkeerde in een crisis. Dat had natuurlijk ook gevolgen voor de dierentuin: het park lag er vervallen bij en er kwamen steeds minder bezoekers. Geld voor nieuwe initiatieven was er dus niet, vandaar het aanbod van Kaas. Samen met een aantal Artis-medewerkers bouwde hij de pinguïnrots. Het werd een heel bijzonder kunstwerk met talloze klim-, glij- en springmogelijkheden voor de vogels.   Pinguïnrots "Als we eens goed naar het bouwwerk kijken", zegt Artis-historicus Wessel Broekhuis, "zien we dat het er verre van natuurlijk uitziet. Zo is er een glijbaan, waarvan we ons af kunnen vragen of de pinguïns die ook gebruikt hebben." Dat van het glijden beaamt ook pinguïnverzorger Nanja Burek. Maar traplopen doen ze bijvoorbeeld wel. Toch is er volgens haar nog wel meer op aan te merken. "Ik weet niet hoeveel pinguïns hier hebben gezeten, maar het is niet per se heel groot." Bovendien werden vroeger allerlei soorten pinguïns door elkaar gehouden. Nu zijn dat alleen de Afrikaanse pinguïns. Ook zitten de bezoekers te dicht op de dieren. De pinguïns kunnen nergens even onbespied hun gang gaan. En er zijn weinig nesten en geen beschutting. Tenslotte was de harde ondergrond niet echt geschikt. De pinguïns kunnen hiervan problemen krijgen met hun voeten.  "Maar het is toen natuurlijk wel een heel modern verblijf geweest", zegt Nanja Burek. "Ze hebben er ook wel over nagedacht dat de pinguïns kunnen zwemmen en dat ze ergens vanaf kunnen springen Wessel Broekhuis: "Je moet je ook bedenken dat het negentig jaar geleden is dat deze rots in gebruik werd genomen. Dat waren hele andere tijden, waarin nog veel minder bekend was over dieren en hun gedrag en behoeften." Tekst gaat door onder de foto Nieuw verblijf Het was dus niet voor niks dat eind jaren vijftig al werd besloten een heel nieuw verblijf te bouwen, dat veel beter was ingericht naar de wensen van de pinguïns. Met een natuurlijke ondergrond en veel meer nesten, die bovendien beschutting bieden. Dat is ook de reden dat de pinguïns zich in het huidige verblijf beter op hun gemak voelen en er goede broedresultaten zijn.   Het verblijf van Jaap Kaas heeft daarna nog een aantal jaar gediend als speelplek voor kinderen, "Ik denk dat de kinderen die glijbaan meer hebben gebruikt dan de pinguïns," zegt Wessel Broekhuis.  Na een paar jaar werd de pinguïnrots van Jaap Kaas alsnog gesloopt en leeft hij nu alleen nog in onze herinnering. Kijk hier voor meer afleveringen van De Verdwenen Stad Amsterdam Voor De Verdwenen Stad Haarlem kijk je hier

Lees verder