Waarom heeft Amsterdam zo'n groot crackprobleem? En vijf andere vragen

Tentenkampen in parken en matrassen op Amsterdamse straten. Het harddrugsgebruik in de stad is de laatste jaren steeds zichtbaarder, in het bijzonder dat van crack. Maar waarom is crack, dat eind jaren 80 in opkomst kwam, nu bezig met een opmars en wie zijn de gebruikers? "Wat we allemaal zien, en dat is niet alleen een Amsterdams probleem, is dat verslaafde gebruikers de overstap maken van heroïne naar crack. En daarbij is er ook een nieuwe groep die gebruikt", zei burgemeester Femke Halsema begin dit jaar in gesprek met AT5. Neemt het aantal crackgebruikers toe? Bewoners en professionals signaleren in meerdere stadsdelen een toename van openlijk gebruik, vervuiling, intimidatie en gevoelens van onveiligheid, blijkt uit een verkennend onderzoek van de GGD waarin begin dit jaar zo'n 30 veldwerkers en zorgprofessionals zijn geïnterviewd. Het is volgens professionals onzeker of er een toename is van het aantal crackgebruikers, en zo ja, hoe groot die toename dan is. Het Trimbos-instituut en stichting Mainline kwamen in 2023 op een schatting uit van 27.900 problematische crackgebruikers in Nederland. Mainline zei in 2025 tegen AT5 uit te gaan van zo'n 8000 crackgebruikers in Amsterdam, maar houdt het in het rapport van de GGD op een schatting van 3000 tot 9000 mensen die in de stad regelmatig crack gebruiken. "We denken wel dat het aantal gebruikers toeneemt", zegt GGD-onderzoeker Thijs Fassaert desgevraagd. "Maar het blijft een schatting. Om dit met zekerheid te kunnen zeggen, hebben we betere gegevens nodig. En die zijn er nu nog niet." Crack wint volgens hem aan populariteit omdat cocaïne goedkoper is geworden, ruim beschikbaar is en bovendien van goede kwaliteit is. Wel zijn de omstandigheden waarin gebruikers wonen en gebruiken veranderd. Als belangrijke factoren noemen zij: gebrek aan laagdrempelige opvang, onvoldoende beschikbaarheid van dagbesteding, eenzaamheid en een behoefte aan sociale contacten en een verstopte woningmarkt. "Meer mensen die in een wankel evenwicht verkeren vallen over de rand, en dat wordt dan automatisch meer zichtbaar in de publieke ruimte", aldus de GGD. Is dit een nieuw probleem? Hoewel de problemen van crackgebruik de laatste jaren zichtbaarder zijn, wijzen professionals erop dat de opkomst van crack als maatschappelijk probleem al 15 jaar gaande is. Het is volgens hen dus zeker geen nieuw probleem. Sterker nog: op het hoogtepunt van de heroïne-epidemie, zo'n veertig jaar geleden, gebruikte 9 op de 10 opiaatverslaafden al rookbare cocaïne. Toch zeggen de professionals dat de heroïne-epidemie van de jaren 70 en 80 op een aantal essentiële punten onvergelijkbaar is met de huidige situatie. Verschillende experts benadrukken dat er een belangrijk verschil in werking is tussen beide middelen. Waar heroïne voor relatief langdurige verzadiging zorgt, is er bij crack sprake van kortdurende euforie die een voortdurende snak naar meer veroorzaakt. Dit leidt tot ander gedrag bij de gebruiker. Ook is er geen vervangend middel, zoals methadon bij heroïne. Daardoor konden professionals een vinger aan de pols houden en was er zicht op de gebruikersgroep, omdat gebruikers telkens terugkwamen. Inmiddels hebben de burgemeesters van de G4, onder wie Halsema, in een brandbrief aan het kabinet gevraagd om toestemming om onderzoek te doen naar een medicijn tegen crackverslaving. Verder benadrukken professionals dat er in de jaren 80 echte 'no-go areas' in de stad waren, terwijl daar nu geen sprake van is. "Er is zeker overlast op verschillende plekken, maar zo gevaarlijk als toen is het nu niet", aldus de onderzoekers. Wie zijn de gebruikers? Volgens de geïnterviewde professionals is de groep crackgebruikers breder dan alleen verslaafde daklozen in parken. Zo maken zij onderscheid tussen oudere en jongere gebruikers. Waar oudere, langdurige gebruikers relatief stabiel zijn, hebben jongere gebruikers juist een chaotischer bestaan en gebruiken zij meerdere middelen door elkaar. Verder is onderscheid tussen dakloze gebruikers en gebruikers met een woning. In verband met dakloosheid maken de professionals ook verschil in afkomst. Zo zijn er Nederlandse gebruikers, EU-migranten en mensen van buiten de EU. Fassaert: "Er is tussen deze groepen wat overlap. De oudere, langdurige gebruikers zijn veelal de oude heroïnegebruikers, terwijl onder de jonge gebruikers EU-migranten en mensen van buiten de EU zitten." Wat crackgebruikers vaak wel gemeen hebben, is dat zij vaak kampen met complexe achtergronden, zoals trauma en verwaarlozing. In de verschillende gesprekken die de onderzoekers voerden werd benoemd dat drugs in het algemeen worden gebruikt als zelfmedicatie.  Waar wordt de meeste overlast ervaren? Het aantal meldingen van overlast door crackgebruikers in de stad neemt toe. Ze veroorzaken overlast door intimidatie, afval en vervuiling, dealen en onvoorspelbaarheid. In en rond het Oosterpark wordt al langere tijd overlast ervaren. Volgens de onderzoekers dient dat park ook als een centrale ontmoetingsplek voor gebruikers. Als proef stond daar daarom, vanaf april vorig jaar tot afgelopen zomer, een gebruikersbus. In die bus konden gebruikers op een rustige en veilige plek hun eigen drugs gebruiken, zodat zij dat niet in het park of op straat hoeven te doen. Uiteindelijk ervoer de buurt alleen maar meer overlast en moest de bus het veld ruimen. In andere parken zoals het Noorderpark, Vondelpark en Westerpark wordt eveneens overlast ervaren. In de binnenstad gaat het om locaties zoals het Centraal Station, de Kamperbrug, de Zeedijk en de Wallen. In woonwijken, zoals de H-buurt in Zuidoost en Delflandplein in Nieuw-West, ervaren bewoners overlast door dealen en gebruik in flats. GGD-onderzoeker Fassaert: "We hebben een subsidie gekregen om de gebruikers op de hotspots beter in kaart te brengen. Dat onderzoek is in voorbereiding." De resultaten daarvan worden dus op een later moment verwacht. Hoe wordt dit probleem aangepakt? Het is aan de politiek om met oplossingen te komen, al is er nogal wat verdeeldheid over de manier waarop. Sommige raadspartijen pleiten voor een hardere, repressieve aanpak, zoals het terugsturen van overlastgevende gebruikers naar hun land van herkomst. Andere partijen pleiten juist voor meer zorg, om zo gebruikers met hun verslaafdheid te helpen. In ieder geval is een meerderheid in de raad voorstander van het afschaffen van het boetebeleid voor buitenslapers en wil dat verbod zelfs schrappen uit de gemeenteverordening. Burgemeester Femke Halsema onderzoekt nog wel hoe de stad moet omgaan met mensen die in portieken slapen; de zorg bestaat namelijk dat er anders geen juridische grond meer is om hen daar weg te sturen, zoals bewoners van de Plantagebuurt in een petitie laatst bepleitten. Halsema balanceert tussen een aanpak gericht op zorg en repressie bij excessen. Ze zei eind vorige maand tegen de raad zorgen te hebben over het aantal buitenslapers in de stad en de overlast die dat met zich meebrengt. Ze stipte daarbij aan dat Nederland kampt met grote woningnood, waardoor steeds meer mensen dakloos raken. "Daarnaast zijn er grote problemen in de geestelijke gezondheidszorg. De GGZ is 62.000 patiënten kwijt. Ik heb een grijs vermoeden waar die gebleven zijn: bij ons op straat." De burgemeester spreekt van een duivels dilemma als het om de opvang van daklozen gaat. Vergeleken met andere steden heeft Amsterdam heel veel opvang, wat aantrekkingskracht uitoefent. "Wat doe je dan? De opvang schrappen — waardoor er nóg meer mensen op straat belanden — of de opvang juist uitbreiden om het buitenslapen te beperken?" Halsema wil meer gebruikersruimtes openen in de stad. Voor de H-buurt zoekt ze naar specifieke oplossingen om de overlast voor de bewoners te verminderen. Op locaties waar de situatie uit de hand loopt, wil de burgemeester 'schoonveegacties' houden om daklozen te verplaatsen. Deze maand komt zij met een verdere uitwerking van het beleid rond het verbod op buitenslapen. GGD-onderzoeker Fassaert: "Het is echt een uitdagend vraagstuk. Dit vergt geduld en een lange adem, want dit is niet iets wat we even snel gaan oplossen. Het is goed te benadrukken dat dit niet alleen in Amsterdam een probleem is. We hebben contact met steden als Frankfurt, Zurich en Antwerpen. Dit najaar krijgen we ook collega's uit andere steden op bezoek om te snappen wat er gebeurt. En goede ideeën van elkaar over te nemen."

Lees verder